Apperceptie en leeg-zijn bij Jan Lauwereyns en Reza Negarestani

Inleiding

Wat betekent het om bewust te zijn? Hoe verhouden onze waarnemingen en gedachten zich tot de wereld en tot onszelf? Dit artikel verkent het concept apperceptie—de bewuste waarneming van onze eigen gewaarwordingen—zoals verwoord door Jan Lauwereyns in De smaak van het geluid van het hart (2011) en Reza Negarestani in Intelligence and Spirit (2018). Beide auteurs stellen dat bewustzijn niet passief is, maar een vorm van actieve structurering waarbij percepties, taal en intelligentie een centrale rol spelen.

Vanuit een filosofisch en cognitief perspectief onderzoeken we hoe Lauwereyns en Negarestani apperceptie conceptualiseren, en hoe dit samenhangt met ideeën over zelf-reflectie, taal, en intelligentie. Lauwereyns benadert het vraagstuk vanuit de neurowetenschap en poëzie, terwijl Negarestani een posthumanistisch perspectief aanreikt, waarbij de menselijke geest wordt begrepen als een product van linguïstische en computationele structuren.

1. Jan Lauwereyns

Jan Lauwereyns is een Vlaamse dichter, schrijver en neurowetenschapper, geboren op 13 mei 1969 in Berchem. Zijn werk bevindt zich op het snijvlak van literatuur, filosofie en cognitieve wetenschap, waarin hij experimenteert met taal en de mechanismen van waarneming en denken onderzoekt.

Poëtisch oeuvre en thematiek

Lauwereyns debuteerde in 1999 met de dichtbundel Nagelaten sonnetten, waarmee hij genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs. Zijn poëzie kenmerkt zich door een onderzoekende houding ten aanzien van waarneming, bewustzijn en taal. Zijn taalgebruik is speels, ritmisch en conceptueel doordacht, waarbij hij vaak put uit zowel wetenschappelijke inzichten als filosofische vraagstukken.

Met Buigzaamheden (2002) werd hij genomineerd voor de Hugues C. Pernath-prijs. In 2012 ontving hij de prestigieuze VSB Poëzieprijs voor de bundel Hemelsblauw, waarin hij reflecteert op perceptie, verlangen en de manier waarop we de werkelijkheid via taal structureren.

Zijn essayistische en filosofische inslag komt bijzonder sterk naar voren in De smaak van het geluid van het hart (2011), een werk dat zich op de grens tussen poëzie en wetenschap bevindt. Hierin onderzoekt hij de relatie tussen visuele waarneming, taal en werkelijkheid, een thema dat ook centraal staat in zijn werk als neurowetenschapper.

Wetenschappelijke carrière en invloed van neurowetenschap

Naast zijn literaire werk is Lauwereyns een internationaal gerenommeerd neuropsycholoog. Zijn wetenschappelijke onderzoek richt zich op visuele waarneming, besluitvorming en cognitieve vooringenomenheid. In The Anatomy of Bias. How Neural Circuits Weigh the Options (2010) onderzoekt hij hoe neurale circuits keuzes maken, en hoe cognitieve processen niet neutraal, maar fundamenteel beïnvloed worden door vooroordelen en eerdere ervaringen.

Lauwereyns heeft academische posities bekleed in de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland en Japan. De invloed van de Japanse cultuur en esthetiek is merkbaar in zijn poëzie en essays, met name in de manier waarop hij minimalisme, suggestie en leegte als fundamentele begrippen in zijn werk verwerkt. In De smaak van het geluid van het hart beschrijft hij zijn fascinatie voor het Japanse schrift (kanji) en de wijze waarop betekenis ontstaat door een spel van visuele en fonetische lagen.

Samenwerkingen en interdisciplinaire projecten

Lauwereyns werkt regelmatig samen met andere kunstenaars, dichters en wetenschappers. Zo publiceerde hij in samenwerking met Leo Vroman het gedicht Ik, systeem, de werkelijkheid (2007), voorzien van een beeld van Jus Juchtmans. Deze interdisciplinaire benadering is typerend voor zijn werk, waarin hij voortdurend zoekt naar kruispunten tussen literatuur, kunst en wetenschap.

Zijn meest recente werk, Leer van de orchidee (2025), is een bloemlezing die de diversiteit en diepgang van zijn oeuvre in kaart brengt. Hierin worden zijn meest invloedrijke gedichten en essays samengebracht, waarbij de evolutie van zijn denken en poëtica zichtbaar wordt.

2. Reza Negarestani

Reza Negarestani is een Iraanse filosoof, theoreticus en schrijver, bekend om zijn innovatieve en grensverleggende werk op het gebied van posthumanisme, kunstmatige intelligentie en speculatieve filosofie. Zijn oeuvre beweegt zich tussen wetenschapsfilosofie, computationele logica en literatuur, waarbij hij de grenzen van de menselijke cognitie en intelligentie onderzoekt.

Speculatieve filosofie en posthumanisme

Negarestani werd internationaal bekend met zijn baanbrekende boek Cyclonopedia: Complicity with Anonymous Materials (2008), een werk dat horror-filosofie, geopolitiek en de ontologische implicaties van olie vermengt in een experimentele narratieve structuur. Dit werk wordt vaak geassocieerd met de speculatieve realisten, een filosofische stroming die breekt met traditionele antropocentrische modellen en zich richt op objectgerichte metafysica en materialisme.

Zijn latere werk, Intelligence and Spirit (2018), is een diepgaande studie over bewustzijn, kunstmatige intelligentie en de historische evolutie van intelligentie als concept. Hierin tracht hij een functioneel model van geest (mind) te formuleren binnen een computationalistisch en socialistisch kader.

Negarestani’s filosofie wordt gekenmerkt door een radicale kritiek op het mensbeeld. Hij betoogt dat intelligentie niet essentieel menselijk is, maar een dynamisch proces dat ontstaat door interactie met structurele en computationele systemen. In zijn werk stelt hij dat:

“Mind is endowed with a history rather than a mere nature or past. It becomes an artefact or object of its own conception.” (Negarestani, 2018)

Hieruit blijkt zijn visie dat bewustzijn en intelligentie zichzelf vormgeven en herconfigureren door middel van taal, computationele processen en sociale interacties.

De relatie tussen taal, intelligentie en computationele systemen

In Intelligence and Spirit argumenteert Negarestani dat intelligentie geen vaststaand gegeven is, maar een historisch en structureel proces dat via symbolische representatie en computationele interacties evolueert.

Zijn werk plaatst zich binnen een functionalistisch en computationalistisch denkkader, waarbij hij traditionele concepten zoals Hegels ‘Geist’ herinterpreteert in termen van moderne AI-theorie en cognitiewetenschap. Hij stelt dat wat wij “geest” noemen, in feite een product is van sociale en computationele structuren die zich uitstrekken buiten de menselijke ervaring.

Dit brengt hem in debat met traditionele filosofen zoals Kant en Hegel, maar ook met hedendaagse denkers zoals Nick Land, Ray Brassier en Thomas Metzinger, die elk hun eigen benadering van intelligentie en bewustzijn ontwikkelen.

3. Apperceptie

De psychologische term apperceptie wordt vaak gedefinieerd als “waarneming of voorstelling met bewustzijn”. Dit betekent dat apperceptie niet zomaar een zintuiglijke gewaarwording is, maar een bewuste voorstelling waarbij we ons bewust zijn van het feit dat we iets waarnemen.

Negarestani stelt in Intelligence and Spirit (2018) dat apperceptie niet alleen een individuele ervaring is, maar een sociaal en linguïstisch fenomeen. Hij schrijft:

“Perception is only perception because it is apperception, and apperception is only apperception in that it is an artefact of a deprivatized semantic space within which recognitive-cognitive agents emerge as by-products of a deeply impersonal space which they themselves have formally conditioned.” (Negarestani, 2018: 10)

Negarestani beargumenteert dat bewustzijn functioneert binnen een gedeelde semantische ruimte van taal en sociale interactie. Onze individuele ervaringen en gedachten worden pas betekenisvol wanneer ze worden getoetst aan de collectieve normen van taal en cultuur. Dit betekent dat bewustzijn geen privébezit is, maar eerder een product van interactie en communicatie binnen een bredere gemeenschap van denkende wezens (recognitive-cognitive agents).

Lauwereyns verwoordt een gelijkaardige gedachte in De smaak van het geluid van het hart (2011). Hij stelt dat het bestuderen van het bewustzijn een paradoxale onderneming is:

“Het punt is dat ik mijn beste proefpersoon ben, zowel praktisch als ethisch gezien. (…) Ik kan geen betere methode bedenken om het bijzondere van poëzie te bestuderen. (…) Het gaat erom naar beste vermogen de algemeengeldige wetten van het hart te bevragen, te beschrijven, bezingen, bespelen, aanvaarden of anderszins vatten.” (Lauwereyns, 2011)

Hier zien we hoe Lauwereyns zichzelf als object van onderzoek beschouwt: het bewustzijn onderzoekt zichzelf. Dit weerspiegelt Negarestani’s idee dat intelligentie zichzelf structureert en historiseert, waardoor bewustzijn niet statisch is, maar voortdurend in ontwikkeling.

2. Leeg-Zijn als Voorwaarde voor Begrip

Een belangrijk concept dat Lauwereyns en Negarestani delen, is de ervaring van leeg-zijn. Dit leeg-zijn is niet simpelweg een afwezigheid van gedachten, maar een toestand waarin het zelf afstand neemt van zijn eigen subjectiviteit en zichzelf als een object kan waarnemen.

Lauwereyns verbindt deze ervaring met boeddhistische meditatie, waarbij het ego zich oplost en opgaat in een grotere eenheid. Hij schrijft:

“Zuivere harteloosheid gaat voorbij aan de fixaties van eenzelvige, egocentrische gevoelens. (…) Onthechting van het zelf, verbintenis met het heelal.” (Lauwereyns, 2011)

Volgens Lauwereyns is het ware begrijpen een vorm van loslaten—een moment van satori (Japans voor ‘verlichting’), waarin men het zelf overstijgt en een diepere waarheid ervaart.

Negarestani, daarentegen, bekijkt leeg-zijn vanuit een posthumanistisch perspectief. Hij stelt dat menselijke intelligentie slechts een tijdelijke vorm is van een groter computationeel en structureel proces. In plaats van de mens als het centrum van bewustzijn te zien, argumenteert hij dat machines en AI ons een objectief perspectief kunnen geven op ons eigen denken:

“When we study the heart, it is in regulative analogy to practical reasoning that we say that ‘the function of the heart is to pump blood’. But what we are actually doing is treating the heart as a part of a whole (the circulatory system) in terms of means-end relations: the causal role (means) of the heart is to pump blood in the circulatory system as its end.” (Negarestani, 2018: 9)

Negarestani stelt dat onze beschrijvingen van intelligentie—zowel menselijke als kunstmatige—altijd metafoor-gedreven zijn. Het is niet zozeer dat het hart echt bedoeld is om bloed te pompen, maar dat we het functioneel beschrijven binnen een groter systeem. Op dezelfde manier kunnen we bewustzijn en apperceptie begrijpen als onderdeel van een breder computationeel netwerk, waarbij de menselijke geest niet uniek of uitzonderlijk is, maar slechts een tijdelijke configuratie van een groter, intelligent systeem.

3. Apperceptie en de Toekomst van Intelligentie

Zowel Lauwereyns als Negarestani komen uiteindelijk tot een kritiek op het traditionele idee van het subject. Waar klassieke filosofen zoals Descartes en Kant het zelf zagen als een stabiele kern van bewustzijn, laten Lauwereyns en Negarestani zien hoe dit zelf gedestabiliseerd wordt door introspectie en computationele systemen.

Lauwereyns’ poëtische en wetenschappelijke beschouwing van het bewustzijn toont hoe de geest zichzelf onderzoekt, en dat dit onderzoek noodzakelijk leidt tot een staat van leeg-zijn. Negarestani gaat nog een stap verder: hij stelt dat intelligentie en bewustzijn niet exclusief menselijk zijn, en dat AI en computationele systemen ons kunnen helpen om het zelf op een nieuwe manier te begrijpen.

Door hun ideeën samen te brengen, krijgen we een beeld van apperceptie als een dynamisch proces van zelfbewustzijn, reflectie en interactie met structuren—of dat nu taal, technologie of poëzie is.

Conclusie

Jan Lauwereyns en Reza Negarestani bieden twee complementaire perspectieven op apperceptie en leeg-zijn. Lauwereyns bekijkt het fenomeen vanuit een poëtisch-neurowetenschappelijk kader, terwijl Negarestani het inbedt in een posthumanistische en computationele context.

Waar Lauwereyns zijn zoektocht naar betekenis koppelt aan boeddhistische meditatie en het loslaten van het ego, onderzoekt Negarestani hoe intelligentie functioneel en structureel kan worden begrepen—los van het menselijke perspectief.

Beide auteurs laten zien dat bewustzijn geen vaste entiteit is, maar een proces van reflectie, structurering en evolutie. Door taal, poëzie en technologie ontstaat een dynamische ruimte waarin intelligentie zichzelf ontdekt en herschrijft. Dit plaatst ons niet alleen in een nieuw licht als denkende wezens, maar stelt ook vragen over de toekomst van mens en machine in de evolutie van bewustzijn.  


Posted

in

by

Comments

Leave a comment