Elke samenleving leeft in verhalen. We begrijpen onszelf en anderen via romans, archieven, foto’s, herinneringen, kaarten en historische documenten. Die bronnen vormen geen volledige of neutrale weergave van de werkelijkheid. Ze zijn gefragmenteerd, kwetsbaar en het resultaat van menselijke keuzes: wat wordt verteld, verzameld, vertaald, bewaard of vergeten?

Literatuur, erfgoed, archieven en wetenschap worden vaak als afzonderlijke domeinen behandeld. Toch bepalen ze samen hoe we tijd en ruimte ervaren, welke causale verbanden we leggen, wie als handelend subject verschijnt en hoe we ons tot anderen verhouden. Ze bouwen, met andere woorden, een wereld.

Relationele wereldmodellering

Mijn projecten vertrekken vanuit het begrip relationele wereldmodellering. Een wereld is daarbij geen decor waarin een verhaal zich afspeelt, maar een veranderlijk systeem van mensen, teksten, objecten, plaatsen en instituties.

Verhalen organiseren de voorwaarden waaronder een werkelijkheid voor de lezer begrijpelijk wordt. Ze brengen gebeurtenissen in een bepaalde temporele volgorde, verbinden mensen met plaatsen, creëren oorzaken en gevolgen en bepalen vanuit welk perspectief een wereld kan worden waargenomen. Relationele wereldmodellering onderzoekt daarom vijf samenhangende dimensies: temporaliteit, ruimtelijkheid, causaliteit, identiteit en relationaliteit.

Die benadering bouwt voort op de narratologie en het denken van onder anderen Michail Bachtin, Ernst Cassirer, Donna Haraway en Timothy Morton. Hun werk maakt zichtbaar dat betekenis niet uitsluitend in afzonderlijke personen of objecten besloten ligt, maar ontstaat in relaties.

Culturele bemiddeling

Werelden worden niet alleen in afzonderlijke teksten geconstrueerd. Verhalen bewegen door netwerken van auteurs, redacteurs, vertalers, uitgevers, onderzoekers, onderwijsorganisaties en erfgoedinstellingen. Tijdens die beweging veranderen hun betekenis en maatschappelijke functie.

Een belangrijke onderzoekslijn van Vuurvogel betreft de culturele uitwisseling tussen Zuid-Afrika en de Lage Landen. Ik onderzoek hoe literaire tijdschriften als Wurm, Izwi/Stem/Voice en Staffrider, maar ook organisaties als SACHED en UNISA, teksten en ideeën lieten circuleren binnen meertalige en politiek ongelijke omgevingen.

Culturele bemiddeling betekent daarbij meer dan teksten van de ene plaats naar de andere overbrengen. Bemiddelaars selecteren, contextualiseren, vertalen en bewaren. Ze vormen gemeenschappen rond teksten en bepalen mede welke auteurs en perspectieven zichtbaar worden. Daarom besteed ik bijzondere aandacht aan de infrastructuren achter literatuur: tijdschriften, correspondenties, onderwijsprojecten, archieven en institutionele samenwerkingen.

Deze benadering maakt het mogelijk culturele relaties niet uitsluitend vanuit nationale literaturen of een eenvoudige tegenstelling tussen centrum en periferie te begrijpen. Ik beschouw ze als dynamische netwerken waarin macht, betrokkenheid en wederkerigheid voortdurend opnieuw worden onderhandeld.

Archieven en erfgoed

Ook archieven construeren werelden. Ze bewaren geen volledig verleden, maar een selectie van documenten en stemmen. Wat behouden blijft, is afhankelijk van archiefvormers, verzamelaars, instellingen, beschrijvingssystemen en erfgoedbeleid.

In mijn erfgoedwerk onderzoek ik hoe waardering, collectieontsluiting, educatie en publiekswerking kunnen bijdragen aan een meer toegankelijke omgang met culturele herinnering. Daarbij staat niet alleen de vraag centraal wat bewaard moet worden, maar ook waarom iets waardevol is, voor wie en binnen welke gemeenschap. Archiefstukken functioneren zowel als bewijs als dragers van herinnering, emotie en identiteit. Waarde ontstaat daarom niet uitsluitend uit de materiële eigenschappen van een document, maar in de dialoog tussen archiefvormers, erfgoedwerkers, onderzoekers en gebruikers.