Bayesiaanse interventies en narratieve logica

Literatuur biedt soms vernieuwende manieren om na te denken over causaliteit. In de postmoderne romans van Charlotte Mutsaers zien we bijvoorbeeld hoe A verwijst naar B, wat weer verwijst naar C. De associatieve logica van de doorverwijzing tekent zich scherp af van de lineaire logica die in West-Europa lang toonaangevend was.

In navolging van dekoloniale denkers als Walter Mignolo (2011) interpreteer ik lineaire logica als een medium van epistemologische onderdrukking. Door een lineaire dwang op te leggen aan ons denken, wordt logica in een keurslijf gegoten. Het is mijn bedoeling om enkele nieuwe concepten te introduceren waarin verbanden worden gelegd, die eigen zijn aan ons menselijk denken, en die ook in AI worden toegepast (wat mij een link doet leggen naar Donna Haraway’s Cyborg feminisme). Net als Karin Kunnonin zie ik er baat bij om verschillende concepten uit de Bayesiaanse logica ook in literatuurtheorie te introduceren. Ik zal betogen hoe Bayesiaanse logica zowel postkoloniale en feministische theorie kan ondersteunen.

Ik zal daarom enkele voorbeelden uitwerken. Als eerste illustreer ik de concepten “semantische netwerken” en “Bayesiaanse interventies” aan de hand van de roman Zeepijn (2008) van Charlotte Mutsaers, vervolgens introduceer ik het concept “mythische causaliteit” bij Ernst Cassirer, zoals toegepast op de Theogony van Hesiodos. Als laatste neem ik een voorbeeld uit de Afrikaanse letterkunde. Daar leg ik de concepten “Markov-ketens” en “Bayesiaanse probabiliteit” uit aan de hand van Poppie Nongena (1978) van Elsa Joubert.   

Bayesiaanse epistemologie

Bayesiaanse methoden zijn uitgebreid verkend binnen de analytische epistemologie. Wetenschappers zoals Jan Sprenger (2021) en Stephan Hartmann (2016, 2021) hebben significant bijgedragen aan Bayesiaanse epistemologie, maar Bayesiaanse logica kan ook toegepast worden op andere academische disciplines, zoals de literatuurwetenschap.

Subjectief Bayesianisme, hoewel het een vereenvoudigd concept van rede biedt, opent ook intrigerende mogelijkheden voor epistemologisch onderzoek. Het daagt de traditionele subject/object dichotomie uit die gebruikelijk is in westerse epistemologieën. In tegenstelling tot universele kennisclaims is Bayesiaans bewijs altijd contextspecifiek en relatief, wat wijst op een meer gesitueerde benadering van kennis (Morey, Romeijn & Rouder, 2016).

Het concept van gesitueerde kennis, gepromoot door feministische geleerden zoals Donna Haraway (1988) en Sandra Harding (1993), sluit goed aan bij subjectieve Bayesiaanse benaderingen. Deze perspectieven benadrukken de belichaamde en ingebedde aard van kennisclaims, waarbij de belichaamdheid niet beperkt is tot menselijke belichaming en ingebedheid verder gaat dan de sociopolitieke context om disciplinaire perspectieven, technowetenschappelijke mogelijkheden en andere meer-dan-menselijke agentschappen te omvatten. In plaats van de valse universaliteit van traditionele westerse epistemologieën, pleiten ze voor een visie op kennis die verantwoordelijk, en contextueel verankerd is (Haraway, 1988; Harding, 1993).

1. Donna Haraway en Zeepijn van Charlotte Mutsaers: de bevrijdende logica van de doorverwijzing

Donna Haraway, een invloedrijke feministische theoreticus, introduceerde het concept van de “cyborg” als een manier om traditionele dichotomieën zoals natuur/cultuur en mens/machine te overstijgen. In haar boek Staying with the trouble. Making Kin in the Chthulucene (2016)  pleit ze voor een logica van doorverwijzing die meerstemmigheid en complexiteit erkent, in plaats van de strakke, lineaire logica die vaak de dominante benaderingen van kennis en causaliteit kenmerkt.

Haraway’s logica van doorverwijzing is bevrijdend omdat het een dynamisch netwerk van relaties erkent en bevordert, waarin identiteiten en betekenissen voortdurend worden heronderhandeld en hergeconfigureerd. Deze denkmethode staat in contrast met de rigide en hiërarchische structuren die vaak worden opgelegd door patriarchale en koloniale structuren.

Feministische en dekoloniale perspectieven

Haraway’s feministische epistemologie bekritiseert het universalisme van het witte, mannelijke, Eurocentrische subject. Mutsaers’ literatuur, met haar focus op gemarginaliseerde perspectieven en haar uitdaging van normatieve verhalen, sluit aan bij deze kritiek. Haar werken bevatten vaak sterke, onconventionele vrouwelijke personages die de maatschappelijke verwachtingen trotseren en hun eigen stem laten horen.

Bijvoorbeeld, in Koetsier Herfst draait het verhaal om een vrouwelijke protagonist die haar eigen weg vindt in een wereld die haar vaak probeert te marginaliseren. Dit sluit aan bij Haraway’s oproep voor “gesitueerde kennis” die de ervaringen van degenen die traditioneel uitgesloten zijn van dominante verhalen erkent en valideert.

Bovendien had ik mijn ijzeren logica. En wat had die ijzeren logica voor mij in petto? Het ei van Colombus: hoor eens Maurice, als elke sukkel een Zeus of een Apollo kan oproepen met het woord, waarom zou jij dan geen droomvrouw kunnen oproepen met gedans? Doodsimpel.” (25)

De roman verwijst naar de mythologische causaliteit van Hesiodos waarin X uit Y voortkomt. Zoals we in het tweede hoofdstuk zullen zien. “IJzeren logica” wordt in verband gebracht met “Colombus” wat een postkoloniale kritiek kan zijn op de manier waarop Europa tijdens koloniale perioden de eigen logica op andere culturen heeft geprojecteerd.

Semantische netwerken

De roman Zeepijn (2008) is opgebouwd als een associatief web rond het semantische woord “dennenboom”. Dit artikel onderzoekt hoe inzichten over semantische netwerken en Bayesiaanse logica kunnen worden toegepast op de roman.

Toen heb ik hem voorzichtig gevraagd of hij soms begreep waarom men op deze vis uitgerend een dennentakje had geschilderd. Hij maakte een luchtsprongetje van verbazing. Hoe was het in godsnaam mogelijk! Precies hetzelfde had hij zich ook altijd afgevraagd. ‘Dan weet ik het goed gesmaakt,’ zei ik. ‘U verkoopt mij de vis, en ik schrijf als tegenprestatie een boek waaruit duidelijk moet worden dat het dennentakje op deze vis even logisch is als de kerstboom is jullie etage.’ (Mutsaers, 2008: 13)

Dit fragment toont hoe het concept “dennentakje” onverwacht wordt geassocieerd met zowel een vis als een kerstboom, wat een netwerk van associaties creëert. Mutsaers versterkt de relaties tussen de associaties door meer herinneringen waarin de voorwerpen voorkomen met elkaar in verband te brengen. Via het leesproces wordt de lezer geprimed om ook verbanden te leggen tussen vis en dennentakje. Dat betekent dat we iedere keer als we een associatie lezen, er een linkje tussen deze twee woorden wordt gelegd in ons brein. De lezing versterkt de relatie, waardoor er aan het einde van de lezing een heel netwerk van associaties bestaat rond “dennentakje”, “dennenboom” en “vis”.

Bayesiaanse Interventies

Bayesiaanse logica, genoemd naar de Engelse wiskundige Thomas Bayes, is een manier om waarschijnlijkheden te berekenen die rekening houdt met nieuwe informatie. In de context van narratieve logica en literatuur, kan dit betekenen dat we voorspellingen doen over de verhaallijn en deze bijstellen op basis van nieuwe gebeurtenissen en informatie.

In Zeepijn kunnen we dit toepassen door te kijken hoe nieuwe elementen en verbanden in het verhaal de verwachtingen van de lezer aanpassen. Bayesiaanse interventies kunnen helpen om te begrijpen hoe lezers continu hun begrip van het verhaal aanpassen naarmate ze nieuwe informatie ontvangen.

Dit fragment toont hoe het concept “dennentakje” onverwacht wordt geassocieerd met zowel een vis als een kerstboom, wat een netwerk van associaties creëert.

Als we de logische reeks invoeren in ChatGPT en vragen om het semantische netwerk te genereren, krijgen we deze afbeelding:

Elke nieuwe associatie (zoals het boek dat de logica van het dennentakje verklaart) fungeert als nieuwe informatie die de oorspronkelijke waarschijnlijkheid (de logica van het dennentakje op de vis) bijstelt, waardoor dat wat aanvankelijk onlogisch lijkt toch een verklaarbare relatie krijgt.

Bayesiaanse Interventies:

  1. Initieel begrip: het dennentakje op de vis lijkt vreemd en onverklaarbaar.
  2. Nieuwe informatie: de vis wordt geruild voor een boek.
  3. Aanpassing van begrip: het boek verklaart de logica van het dennentakje, waardoor de lezer de eerdere gebeurtenis in een nieuw licht ziet.

Charlotte Mutsaers’ Zeepijn biedt een rijke illustratie voor het toepassen van semantische netwerken en Bayesiaanse logica. Het gebruik van semantische netwerken helpt ons de complexe associatieve structuur van de roman te analyseren, terwijl Bayesiaanse logica ons inzicht geeft in hoe lezers hun verwachtingen en interpretaties bijstellen op basis van nieuwe informatie. Deze benaderingen samen onthullen de diepere lagen van betekenis en causaliteit in Mutsaers’ werk, waardoor we een beter begrip krijgen van de innovatieve manieren waarop literatuur ons laat nadenken over causaliteit en logica.

Door de doorverwijzende logica van Mutsaers te koppelen aan het concept van de cyborg bij Donna Haraway, zien we hoe ook hier alternatieve logica wordt ingebed in een feministisch discours.

2. Ernst Cassirer en mythisch denken bij Hesiodos

Ondertussen komt in Kreta de zon weer op. ‘Erebu’ is een Semitisch woord dat zonsondergang betekent. Het Griekse ‘eurys’ betekent breed en ‘ops’ betekent gezicht. In het Fenicisch betekent het woord ‘ereb’ avond. Erebus is dan weer de Griekse god van de duisternis. Samen met Nyx, de godin van de nacht, gaf hij het leven aan de goden Aether, god van de atmosfeer, en Hemera, godin van de dag. De logica waarmee de goden voortkomen uit elkaar is mythische logica. De Duitse filosoof Ernst Cassirer beschrijft mythische causaliteit als een vorm van denken waarin gebeurtenissen worden geordend volgens een narratieve logica in plaats van een wetenschappelijk-logische causaliteit. In mythische verhalen, zoals die van Hesiodos, wordt de wereld gezien als een reeks gebeurtenissen waarin goden en natuurkrachten op een directe manier uit elkaar voortkomen.

Uit Chaos kwam Erebus voort en Nyx.
Nyx bracht Aether en Dag voort.
(Hesiodos, Th. 104)

X komt voort uit Y is een causale relatie omdat er een opeenvolging wordt geschetst in de tijd. Volgens Hume zeggen causale relaties niks over de wereld zelf, maar hebben ze het over onze waarnemingen van opeenvolging en nabijheid. Cassirer past dit principe toe op mythische causaliteit door te stellen dat in mythisch denken de relaties tussen gebeurtenissen gebaseerd zijn op onmiddellijke associatie en narratieve continuïteit.

De eerste onderzoeker die iets over het werk van Cassirer zei, was de Russische theoreticus Alexei Losev. Het werk van Losev droeg vooral bij tot de systematische studie van de filosofie van symbolische vormen. Op 15 november 1926 hield hij een referaat over Cassirer aan de Philosophy Department of the State Academy of Art Sciences in Moscow. Net als Cassirer geloofde Losev dat het symbool centraal stond in filosofie. Losev geloofde dat mythologie wel degelijk een eigen waarheid en consistentie heeft. Hij benaderde symbolen vanuit een ontologisch, esthetisch en theologisch perspectief. Volgens Losev zijn symbolen niet slechts menselijke constructies, maar objectieve reflecties van de werkelijkheid die ons helpen die werkelijkheid te begrijpen. Hij zag de wereld als een plaats van actie en een expressie van God-Logos, waarbij alle dingen en hun corresponderende namen verankerd zijn in de goddelijke realiteit.

Markov-ketens en Mythische Causaliteit

De theorie van Markov, en met name de Markov-keten, kan helpen om het concept van mythische causaliteit te verhelderen. Een Markov-keten is een wiskundig systeem dat overgangen tussen verschillende toestanden beschrijft, waarbij de overgang naar een nieuwe toestand alleen afhankelijk is van de huidige toestand en niet van voorgaande toestanden. Deze relatie impliceert een bepaalde mate aan geheugenloosheid.

Wanneer we de Markov-keten toepassen op de mythische geboorte van Erebus, zien we dat Chaos, Erebus en Nyx in een keten worden geplaatst met Aether en Dag. De overgang van één god of natuurkracht naar de volgende kan gemodelleerd worden als een overgang van de ene toestand naar de andere. Iedere nieuwe toestand krijgt een naam. De kans op een overgang naar een nieuwe toestand (in dit geval een god of natuurkracht) hangt alleen af van de toestand, niet van de hele voorgeschiedenis.

Net zoals een Markov-keten, is mythische causaliteit geheugenloos. De nadruk ligt op de directe, sequentiële relaties tussen gebeurtenissen. De narratieve continuïteit laat gebeurtenissen op elkaar volgen op een manier die betekenis heeft binnen de mythische context.

Denk terug aan het fragment van Mutsaers:

Als elke sukkel een Zeus of een Apollo kan oproepen met het woord, waarom zou jij dan geen droomvrouw kunnen oproepen met gedans? (25)

Mutsaers organiseert haar plotstructuur zoals de mythologische causaliteit van Ernst Cassirer. Ook de logica van de Markov-ketens kunnen we toepassen op Koetsier herfst.

Maurice vindt een Nokia. De Nokia is een vervanging voor zijn overleden kat Grappa. Via Nokia ontvangt hij een sms’je die hem leidt naar het Vondelpark waar hij een collega vermoordt en het hondje Slava oppikt. Slava’s tong doet hem denken aan het rasperige tongetje van Grappa maar het is nog niet de tong van een echte vrouw. Via het sms’je verneemt hij dat zijn droomvrouw Dora heet. Maurice spreekt in de plaats van Dora af met Adolphe. Maurice’s muze Freddy overtuigt hem via een narratieve logica dat Adolphe eigenlijk Dora is of omgekeerd, het maakt allemaal niet uit, Adolphe wordt Do en Do wordt zijn vrouw. 

Met volle vaart vooruit van a naar b! (174)

Wie do zegt moet ook re, mi, fa, sol en la zeggen. (215)

De narratieve logica die eigen is aan het postmodernisme leidt Maurice in de armen van zijn geliefde Do. Do verwijst rizomatisch naar Dora, naar Adolphe, naar Grappa, naar Yeppie, naar Mamma en Pappa, naar alles wat Maurice lief heeft gehad. Personages gaan probleemloos over in elkaar.

De logica van Mutsaers kan begrepen worden met postmoderne strategieën, maar ook met Bayesiaanse logica.

Bayesiaanse logica en literatuurwetenschap

Mikhail Bakhtin verbindt tijd en ruimte met elkaar in het concept van de chronotoop. Zijn studie The Dialogical Imagination (1981| 2021) toont hoe inzichten uit de wetenschap invloed hebben op narratieve theorie. Zo was de wiskundige ontdekking van Einstein onontbeerlijk om zich de samenhang tussen tijd en ruimte voor te stellen in de plotstructuur.

Een ander voorbeeld is de invloed van Bayesiaanse logica op de literatuuranalyses van Karin Kukkonen. Haar studies passen probabiliteit toe op de manier waarop lezers een plot genereren. Kukkonen’s werk richt zich op de manier waarop verhalen en fictie kunnen profiteren van Bayesiaanse modellen om de waarschijnlijkheid van gebeurtenissen binnen een verhaal te analyseren. Hierbij wordt gekeken naar hoe lezers verwachtingen opbouwen en aanpassen op basis van nieuwe informatie die tijdens het lezen wordt onthuld.

3. Bayesiaanse logica toegepast op literatuur: een voorbeeld uit Poppie Nongena

In deze blogpost zullen we de Bayesiaanse logica toepassen op een fragment uit de roman Poppie Nongena van Elsa Joubert. Deze benadering helpt ons begrijpen hoe lezers verwachtingen en waarschijnlijkheden aanpassen terwijl ze het verhaal volgen.

Wat is Bayesiaanse Logica?

Bayesiaanse logica is een methode binnen de statistiek die gebruik maakt van de Bayesiaanse probabiliteitsregel. Deze regel stelt dat de waarschijnlijkheid van een hypothese wordt bijgewerkt op basis van nieuwe bewijzen of informatie. Toegepast op literatuur betekent dit dat lezers continu hun verwachtingen bijstellen op basis van de informatie die ze krijgen tijdens het lezen van een verhaal.

Voorbeeld: “Poppie Nongena”

Fragment uit “Poppie Nongena”:

Ja, Buti, wil sy sê, julle het so hard gewerk aan hierdie huis en wat gaan van die huis word as ek wat weg is, en van julle word as tata-ka-Bonsile in die Bachelor quarters moet gaan bly en julle nie slaapplek het nie? (45. 4/10)

Vertaling (ChatGPT)

Ja, Buti, wil ze zeggen, jullie hebben zo hard gewerkt aan dit huis en wat gaat er van het huis worden als ik weg ben, en wat gaat er van jullie worden als tata-ka-Bonsile in de Bachelor-kwartieren moet gaan wonen en jullie geen slaapplek hebben?

In dit fragment uit de roman zien we de protagonist, Poppie Nongena, zich zorgen maakt over de toekomst van haar gezin en hun huis. Om Bayesiaanse logica toe te passen, volgen we de stappen die een lezer mogelijk doorloopt bij het interpreteren van dit fragment.

Stap 1: Initiële verwachtingen

Bij het beginnen van het verhaal hebben lezers bepaalde verwachtingen gebaseerd op hun kennis van de context (bijvoorbeeld het Zuid-Afrika tijdens de apartheid). Ze weten dat Poppie een zwarte vrouw is die te maken heeft met de onderdrukking van het apartheidssysteem. In dit systeem wordt ze op dubbele wijze gediscrimineerd. Omdat ze zwart is, is ze onderhevig aan de pasjeswet. Omdat ze een zwarte vrouw is, mag ze niet bij haar familie blijven en moet ze terug naar haar schoonfamilie.

Stap 2: Nieuwe Informatie

Lezers ontvangen nieuwe informatie in het fragment: Poppie maakt zich zorgen over het huis en de huisvesting van haar gezin. Deze zorgen geven inzicht in de onmiddellijke problemen waarmee ze wordt geconfronteerd.

Stap 3: Bijwerken van verwachtingen

Op basis van deze nieuwe informatie passen lezers hun verwachtingen aan:

  • Hypothese 1: Poppie’s gezin zal hun huis verliezen en worden gedwongen naar een andere, minder gunstige woonplaats te verhuizen.
  • Hypothese 2: Er zal een oplossing worden gevonden waardoor het gezin in het huis kan blijven.

Met de kennis van het apartheidssysteem en de restrictieve wetten, zullen lezers waarschijnlijk de eerste hypothese een hogere waarschijnlijkheid toekennen. Kennis van de historische context beïnvloedt de waarschijnlijkheid van de hypothesen die we creëren als lezer.

Stap 4: Verdere verhaallijn

Naarmate het verhaal zich ontvouwt, ontvangen lezers meer informatie die hun hypothesen kan bevestigen of ontkrachten. Bijvoorbeeld:

  • Nieuwe Informatie: Poppie’s familie wordt inderdaad gedwongen te verhuizen door de overheid.
  • Bijwerking: Hypothese 1 wordt bevestigd, en de waarschijnlijkheid dat het gezin verdere ontberingen zal ervaren, neemt toe.

Waarom is dit belangrijk?

Het toepassen van Bayesiaanse logica op literatuur helpt ons begrijpen hoe lezers actief betrokken zijn bij het construeren van de betekenis van een verhaal. Ze vormen voortdurend verwachtingen en passen deze aan op basis van nieuwe informatie. Dit proces van hypothesevorming en bijwerking is cruciaal voor de beleving en interpretatie van een verhaal.

Conclusie

De concepten van causaliteit en logica die zich ontwikkelen in de wiskunde en de natuurwetenschappen hebben invloed op de manier waarop we logica en causaliteit kunnen interpreteren op het niveau van de plot. Nieuwe ontwikkelingen uit de Bayesiaanse logica bieden niet alleen epistemologische tools om kritiek te leveren op patriarchale en koloniale machtsstructuren, ze bieden ook een literatuurwetenschappelijke methode van interpreteren.

Bayesiaanse logica helpt ons te begrijpen hoe nieuwe elementen en verbanden in een verhaal de verwachtingen van de lezer aanpassen. Dit proces, bekend als “Bayesiaanse conditionering”, illustreert hoe lezers hun interpretaties continu bijstellen op basis van nieuwe informatie. Bijvoorbeeld, het aanvankelijke begrip van het schilderen van een dennentakje op een vis lijkt vreemd, maar naarmate meer associaties worden onthuld, passen lezers hun begrip aan en zien ze een verklaarbare relatie.

Een ander relevant concept is mythische causaliteit, zoals beschreven door de Duitse filosoof Ernst Cassirer. In mythisch denken worden gebeurtenissen geordend volgens een narratieve logica in plaats van wetenschappelijk-logische causaliteit. Dit kan worden vergeleken met de logica van Markov-ketens, waar de overgang naar een nieuwe toestand alleen afhankelijk is van de huidige toestand en niet van voorgaande toestanden.

Een laatste voorbeeld laat zien hoe het toepassen van Bayesiaanse logica op literatuur ook toepasbaar is op Afrikaanse letterkunde. Door Bayesiaanse logica toe te passen, kunnen we begrijpen hoe lezers verwachtingen en interpretaties bijstellen terwijl ze het verhaal van Poppie Nongena volgen. De achtergrondinformatie die de lezer heeft over de culturele context waarin hij of zij leest beïnvloedt zijn of haar verwachtingspatronen en de manier waarop de plot zich voor de geest ontvouwt.

Verder lezen

De la Cadena, Marisol and Blaser, Marion (eds.). (2018). A World of Many Worlds, Duke University Press.

Gelman, Andrew et al. (2014). Bayesian Data Analysis, Boca Raton: CRC Press.

Hacking, Ian. (2016). Logic of Statistical Inference, Cambridge University Press.

Haraway, Donna. (1988). “Situated Knowledges: The Science Question in Feminism and the Privilege of Partial Perspective.” Feminist Studies 14, 575.

Harding, Sandra. (1993). “Rethinking Standpoint Epistemology: What is Strong Objectivity?” in L. Alcoff and E. Potter, eds., Feminist Epistemologies, Routledge.

Lynch, Scott and Bartlett, Bryce. “Bayesian Statistics in Sociology: Past, Present, and Future.” Annual Review of Sociology. 45(1), pp. 47–68.

Kukkonen, Karin. “Bayesian Bodies: The Predictive Dimension of Embodied Cognition.” In The Embodied Mind in Culture, edited by Peter Garrett, 153-169. London: Palgrave Macmillan, 2016.

Kukkonen, Karin. “Presence and Prediction: The Embodied Readers’ Cascades of Cognition.” Style 48, no. 3 (2014): 368-384.

Kukkonen, Karin. “Bayesian Narrative: Probability, Plot and the Shape of the Fictional World.” Anglia 123, no. 4 (2014): 720-739.

Kukkonen, Karin. “Quixotic Reasoning: Causation, Counterfactuals and Literary Storyworlds.” Paragraph 37, no. 1 (2014): 47-61.

Mignolo, Walter. (2011). The Darker Side of Western Modernity: Global Futures, Decolonial Options. Duke University Press.

Morey, Richard, Romeijn, Jan-Willem and Rouder, Jeffrey. (2016). “The philosophy of Bayes factors and the quantification of statistical evidence.” Journal of Mathematical Psychology. 72, pp. 6–18.

Sprenger, Jan. (2018a). Foundations for a Probabilistic Theory of Causal Strength. Philosophical Review, 127(3): 371-398.

Sprenger, Jan. (2018b). The Objectivity of Subjective Bayesianism. European Journal for Philosophy of Science, 8(3): 539-558.


Posted

in

by

Comments

Leave a comment