Terug naar het Russisch Formalisme

De geschiedenis van de literaire theorie kan het best begrepen worden als een beweging van oost naar west, waarbij de Russische expansie richting Europa zowel cultureel als ideologisch een belangrijke rol speelde. Deze beweging was niet alleen politiek, maar ook intellectueel, en heeft geleid tot een diepgaande uitwisseling van ideeën tussen Russische en Centraal-Europese denkers.

Literatuurtheoreticus Galin Tihanov benadrukt in Critical Theory in Russia and the West (2010) de gedeelde geschiedenis van de literaire theorie in Rusland en Centraal-Europa, maar stelt dat deze gedeelde oorsprong van literaire theorie momenteel onder druk staat. Volgens Tihanov is literaire theorie sterk geworteld in de ervaringen van Russische intellectuelen in ballingschap. Figuren als Viktor Shklovsky brachten hun ideeën over literatuur en kunst mee naar Europese steden zoals Berlijn tijdens zijn ballingschap in 1922-1923. Shklovsky’s theorie van vervreemding of ostranenie is in dit verband cruciaal: het concept verwijst naar een bewuste vervreemding van de eigen cultuur en een poging om deze met nieuwe ogen te bekijken. In Shklovsky’s werk weerspiegelt dit een zelfreflectie op het verlies van de eigen culturele identiteit en de zoektocht naar betekenis binnen een snel veranderende wereld.

Deze zoektocht naar betekenis moet worden begrepen tegen de achtergrond van de Russische geschiedenis, met name de culturele impact van het Stalin-tijdperk (1924-1953). Onder Stalins regime werd de Russische cultuur grondig hervormd en in veel gevallen onderworpen aan de normen en waarden van het communistische ideologische apparaat. De Sovjetstaat promootte een Socialistisch Realisme dat vaak in conflict stond met de avant-garde esthetiek van het Russisch formalisme. Dit bracht een spanning tussen Rusland en Europa, waarbij Russische schrijvers en denkers vaak gedwongen werden om in ballingschap te gaan om hun artistieke vrijheid te behouden.

Dialogisme via de Letter L

Toen Stalin in 1947 Roemenië bezette, leidde dit tot een exodus van Roemeense schrijvers zoals Paul Celan, Tristan Tzara, en Gherasim Luca naar steden als Parijs. Deze schrijvers brachten de literaire en filosofische inzichten met zich mee die waren gevormd door hun ervaringen met censuur en repressie. Hierin ligt een parallel met de Russische formalisten: de gedeelde ervaring van onderdrukking en ballingschap leidde tot een intense reflectie op de materialiteit van taal en literatuur.

Ook in het Roemeense dadaïsme en surrealisme zien we een beweging van oost naar west. De dreiging uit Rusland komt via de onderbewuste theorie van het automatisch schrijven en eroticisme terecht in het surrealisme van Parijs. Gherasim Luca beschrijft bijvoorbeeld in The Passive Vampire (1945) zijn theorie over de ‘Objectively Offered Object’, een theorie waarin de ‘Letter L’, de naam die hij gaf aan een verminkte pop, aan André Breton werd geschonken. De verminkte pop is een gift dat een verlies uitdrukt. De verminkte materialiteit van het object wordt bij Luca niet uitgedrukt in woorden, maar in een geïmagineerde dialoog die doet denken aan Bakhtins dialogisme.

Indifferent and mute as long as it was asking to be found, the object, which had been found so that it could be offered, began to murmur a black-magical language between myself and Breton, one that was very close to dream and to primordial language. This secret and mysterious communication lasted uninterrupted for several days. (Luca 1945:44)

Literaire theorie en psychologie

De vraag die centraal staat in zowel het Russisch formalisme als in de werken van deze Europese ballingen, is die van het verlies van de materialiteit van het woord. Het gaat om het verlies van zowel het leven van de schrijver als de fysieke aanwezigheid van zijn geschriften. In een samenleving waar censuur en politieke druk de vrije expressie bedreigen, wordt de taal zelf een strijdtoneel. Dit verlies raakt aan de kern van de marxistische theorie zoals uitgewerkt door denkers als Volosinov, die de dialectiek tussen binnen en buiten, tussen ideologie en expressie, verder onderzochten. Taal wordt gezien als een ideologisch geladen medium, waarin de strijd tussen verschillende krachten en belangen zichtbaar wordt.

Idealism and psychologism alike overlook the fact that understanding itself can come about only within some kind of semiotic material (e.g. inner speech), that sign bears sign, that consciousness itself can arise and become viable only in the material embodiment of signs. The understanding of a sign is, after all, an act of reference between the sign apprehended and other, already known signs; in other words, understanding is a response to a sign with signs. (Volosinov 1973:11)

Tekens ontstaan wanneer een bewustzijn een bewustzijn ontmoet en ieder bewustzijn bestaat uit tekens. Bewustzijn wordt pas bewustzijn wanneer het gevuld is met ideologische (semiotische) tekens, in het proces van sociale interacties.

Deze benadering wordt verder uitgewerkt door Mikhail Bakhtin, wiens werk in de jaren ’70 door Julia Kristeva werd herontdekt en later werd geïntegreerd in de Franse structuralistische en poststructuralistische traditie, met invloed op denkers als Roland Barthes. Bakhtin’s theorie van dialogisme en heteroglossia (veelstemmigheid) benadrukt de ideologische innerlijke structuur van taal. Volgens Bakhtin is de roman een bijzondere plek waar verschillende stemmen en ideologieën met elkaar in conflict en dialoog treden. Deze veelstemmigheid is een manier om de complexe dynamiek van culturele trauma’s en spanningen te begrijpen, alsook de magische communicatie tussen Luca en Breton.

De historiciteit van cultureel trauma

Wat Bakhtin onderscheidt van de psychoanalyse, die zich richt op de innerlijke psyche van het individu, is zijn aandacht voor de sociale en culturele context van taal. Terwijl psychoanalytici zoals Freud en Lacan het gesproken woord analyseren om toegang te krijgen tot het onbewuste van het individu, richt Bakhtin zich op de manier waarop taal doordrenkt is van ideologie en historische ervaring. Taal is voor Bakhtin nooit neutraal; het is altijd een speelveld van krachten die de sociale en historische conflicten weerspiegelen.

In die zin houdt literatuur zich bezig met cultureel trauma. Het Russisch formalisme en zijn Europese tegenhangers benaderen de literatuur als een ruimte waar het verlies van de materialiteit van de taal—haar vorm en haar vermogen om rechtstreeks op de werkelijkheid in te grijpen—kan worden onderzocht en begrepen. Het formalisme, met zijn focus op de vorm en structuur van literaire teksten, probeert een antwoord te formuleren op de manier waarop taal en literatuur omgaan met de ervaring van verlies, vervreemding, en onderdrukking.

In het licht van deze theoretische kaders kunnen we begrijpen hoe de literaire theorie zich heeft ontwikkeld als een instrument om de culturele en ideologische spanningen van de moderne tijd te analyseren. Terugkeren naar het Russisch formalisme betekent dan ook een terugkeer naar een kritische reflectie op de manier waarop taal, ideologie, en macht met elkaar verweven zijn. Het is een poging om de literaire theorie te situeren binnen een bredere historische en culturele context, waarin de strijd om de betekenis van woorden nog steeds voortduurt.


Posted

in

by

Comments

Leave a comment