Vásquez en de spanning tussen magisch realisme en historiografie

De Latijns-Amerikaanse roman is decennialang nauw verbonden geweest met het magisch realisme, een stijl die wereldwijd gesymboliseerd wordt door Cien años de soledad van Gabriel García Márquez. Deze stroming, waarin het wonderbaarlijke verweven is met het alledaagse, werd door velen gezien als dé literaire verwoording van een Latijns-Amerikaanse identiteit. Maar met de opkomst van een nieuwe generatie schrijvers, zoals Juan Gabriel Vásquez, ontstond er kritiek op deze vorm van representatie. Vásquez neemt afstand van het magisch realisme als vorm en ideologie, en pleit voor een literatuur die zich rechtstreeks inlaat met historische complexiteit en persoonlijke trauma’s. Toch is zijn visie niet volledig los te denken van de traditie die hij bekritiseert. In zijn zoektocht naar een alternatief stuit hij op het werk van Alejo Carpentier, wiens concept lo real maravilloso — ontstaan binnen de avant-gardistische cultuur van de jaren twintig en dertig — een vroege, meer historisch-gegronde benadering van het wonderbaarlijke vertegenwoordigt. Dit artikel onderzoekt de spanningsvolle relatie tussen Carpentiers literaire project en Vásquez’ kritische interventie in het discours van de Latijns-Amerikaanse herinneringsliteratuur.

Carpentier en lo real maravilloso

Alejo Carpentier formuleert in de inleiding van El reino de este mundo (1949) het idee van lo real maravilloso, waarin het wonderbaarlijke niet voortkomt uit verzinsels, maar uit de extreme, historische realiteit van Latijns-Amerika. In tegenstelling tot het magisch realisme à la García Márquez, dat door critici soms wordt gelezen als ‘mythiserende’ of ‘universeel menselijke’ literatuur, richt Carpentier zich op het concrete: slavernij, revolutie, syncretische religie.Zijn vroege roman ¡Ecué-Yamba-O! (1933), geschreven onder invloed van het afrocubanismo van Fernando Ortiz, is exemplarisch voor zijn poging om het ‘andere’ Cuba literaire stem te geven. Toch blijkt uit studies van o.a. Amy Fass Emery en Jeremy Cass dat deze roman sterk bepaald blijft door een Europees perspectief, waarin de Afrikaanse erfenis weliswaar gevierd wordt, maar ook geframed blijft binnen een esthetiserende, etnografische blik. Carpentier presenteert zichzelf hierin als “antropologische flâneur”, een observator van een cultuur die niet de zijne is, en die via literaire collage wordt verbeeld eerder dan werkelijk geïnternaliseerd.

Kritiek van Vásquez

Juan Gabriel Vásquez distantieert zich expliciet van het magisch realisme. In El arte de la distorsión (2009) noemt hij het “de meest schadelijke label” van de Latijns-Amerikaanse roman, juist omdat het — in zijn ogen — de literaire representatie van de regio reduceert tot een herkenbare stijl, die niet langer in staat is om recht te doen aan de historische realiteit. Zijn kritiek is niet gericht op de oorsprong van de term, noch op de Europese wortels via Franz Roh, maar op het culturele effect: een vorm van exotisering die het geweld en de trauma’s van het verleden toedekt met magische verbeelding.

Vásquez erkent echter het belang van Carpentier, die hij niet beschouwt als magisch realist in de zin van García Márquez, maar als een auteur die in zijn concept lo real maravilloso probeert om de Latijns-Amerikaanse realiteit serieus te nemen als bron van het wonderbaarlijke. Wat hem interesseert, is de manier waarop Carpentier literatuur verbindt met geschiedenis, religie en identiteit — maar ook de ambiguïteit die daarin schuilt.

Van appropriatie naar onderhandeling

Waar Carpentier het wonderbaarlijke nog ziet als intrinsiek aan de geschiedenis van het continent, stelt Vásquez zich de vraag wie die geschiedenis vertelt, en hoe. In romans als El ruido de las cosas al caer (2012) en La forma de las ruinas (2015) onderzoekt hij de manieren waarop verhalen worden geconstrueerd, doorgegeven, vertaald en geïnterpreteerd. Zijn literatuur is niet gericht op mythologisering, maar op de reconstructie van individuele en collectieve herinnering — inclusief de spanningen die ontstaan tussen feit en fictie, tussen archief en verbeelding. In die zin positioneert hij zich in de traditie van de “fictieve geschiedschrijving” (zoals geïntroduceerd door Borges), maar met een bewustzijn voor de politieke implicaties van het vertellen. Vásquez’ werk kan gelezen worden als een vorm van transnationale herinneringsliteratuur, waarin elementen van appropriation, mediation en negotiation centraal staan. Zijn romans zijn doordrongen van een dialogisch bewustzijn (Bakhtin), waarin verschillende stemmen, archieven en versies van de waarheid naast elkaar bestaan.


Posted

in

by

Comments

Leave a comment