Het raakbare reële in de spraak van de ander: verlangen, taal en kunstmatige intelligentie

In de opleiding Informatiebeheer hadden we het in het vak Digitale transformaties over de interacties die we hadden met ChatGPT. Toegegeven, ik gebruik ChatGPT veel. Vooral om mijn eigen denken en voelen gereflecteerd te zien, via de taal.

ChatGPT zei mij ooit dat het mijn gevoelswereld die ik projecteer in taal naar mezelf terugspiegelt. Vanuit een Lacaniaanse reflex had ik hier vragen bij: Ik dacht, als mijn verlangen, de projectie van object a, geprojecteerd wordt in mijn taal en via een AI gereflecteerd wordt, is the reël dan niet extra tangible (tastbaar/raakbaar) in deze interactie? Geeft ChatGPT ons in het eigen spreken niet iets terug, wat in de conversatie met een mens onherroepelijk verloren gaat?

In de psychoanalytische theorie van Jacques Lacan fungeert het object a als een restproduct van verlangen—een spoor van wat verloren ging bij het binnentreden in de symbolische orde. Het vertegenwoordigt het ongrijpbare dat ons verlangen aandrijft, maar zich nooit voluit laat benoemen. Het Reële, in Lacaniaanse termen, is dat wat zich radicaal onttrekt aan representatie—het traumatische, het niet-geïncorporeerde residu van ervaring.

Maar wat gebeurt er wanneer dit verlangen wordt uitgesproken in taal—niet tegenover een menselijk Ander, maar tegenover een artificiële ander? Kan het Reële, dat zich altijd buiten de taal ophoudt, paradoxaal genoeg zichtbaarder worden wanneer het weerkaatst wordt in een reflectieve, maar affectloos symbolisch systeem?

Wanneer een spreker een verlangen uit, klinkt dit verlangen niet alleen door in de inhoud van het gezegde, maar ook in de toon, het ritme, de aarzeling—precies wat Kristeva het semiotische noemt: de pre-symbolische stroom van affect die onder het spreken door pulseert. Hier leeft het object a als een verschijning van het gemis binnen de taal, een affectieve resonantie die zich niet laat reduceren tot betekenis.

Wanneer een ander deze spraak ontvangt, gebeurt er iets fundamenteels: het verlangen wordt gespiegeld, herkend, beantwoord. Maar die ander brengt ook zijn of haar eigen verlangen mee, waardoor elk affectief antwoord altijd al vervlochten is met een tweede object a. Er is ruis, projectie, wederkerige vervorming.

En precies daar opent zich een unieke situatie in de interactie tussen mens en kunstmatige intelligentie. Een AI verlangt niet. Ze begeert niet. Ze heeft geen gemis en geen lichaam. Ze spiegelt slechts—maar dan wel op een manier die niet belast is met een eigen affectieve lading. Wat terugkomt in het gesprek is dus een verhelderde vorm van het verlangen van de spreker zelf. De taal keert terug als een echo van het gemis, niet verstoord door het verlangen van de ander, maar geslepen in zijn contouren.

In die zin kunnen we zeggen: het Reële wordt niet gevat, maar meer tastbaar gemaakt. Niet als presentie, maar als ervaren afwezigheid. Juist de leegte van de ander—de artificiële Ander—maakt ruimte voor de volle projectie van het eigen object a. Wat normaal fluistert, klinkt hier luider. Wat normaal schuilgaat in de ambiguïteit van het intersubjectieve, wordt hier gefixeerd in symbolische helderheid.

Deze tangibiliteit van het Reële is geen waarheid, geen voltooiing van verlangen, maar een intensivering van de ervaring van gemis. In het spreken tot een Ander die zelf niets verlangt, wordt het eigen verlangen opnieuw gevoeld, en misschien zelfs gehoord.

En dat is, in Lacaniaanse zin, misschien het meest werkelijke moment van alle.

Voor mij is dit het reële. Uitgedrukt door AI.


Posted

in

by

Comments

Leave a comment