Magisch realisme wortelt in een netwerk van intellectuele uitwisselingen en kunsthistorische debatten die zich over nationale grenzen uitstrekken. Een cruciale figuur hierin is Franz Roh, die niet alleen de term “magisch realisme” introduceerde in 1925, maar ook actief was binnen bredere internationale netwerken van kennisuitwisseling.
Zijn werk Foto-Auge (1929), dat fotografie als een nieuwe realistische kunstvorm positioneert, toont de interesse in grensverleggende representatievormen. In Foto-Auge zien we werken van de surrealistische schilder Max Ernst, naast Lászlo Moholy-Nagy.
Roh was tevens beïnvloed door kunsthistorici als Heinrich Wölfflin, die het belang van visuele stijlontwikkeling benadrukte en daarmee het pad effende voor een alternatieve esthetische geschiedschrijving.
De brievenwisseling tussen Franz Roh en Otto Neurath, grondlegger van het logisch positivisme en voorvechter van visuele communicatie, getuigt van een gedeeld streven naar een nieuwe visuele en talige expressie van de werkelijkheid. Deze uitwisselingen illustreren hoe magisch realisme niet alleen esthetisch, maar ook epistemologisch geworteld is in een transnationaal netwerk dat kritisch reflecteert op moderniteit, wetenschap en representatie.
Leonora Carrington als een spin in een magisch realistisch web
Een bijzondere figuur binnen deze netwerken is Leonora Carrington, een Engelse kunstenares die via Max Ernst in contact kwam met het Europese surrealisme. Carringtons werk verenigt esoterische, feministische en surrealistische elementen. Na haar opname in een psychiatrisch ziekenhuis in Spanje vestigde ze zich in Mexico, waar ze uitgroeide tot een centrale stem binnen het Latijns-Amerikaanse magisch realisme.
In juni 1961 publiceerde het tijdschrift Revista de la Universidad de México een reeks van haar tekeningen bij een filosofisch artikel van Ramón Xirau, een Spaanse filosoof in ballingschap. In dit artikel besprak Xirau de middeleeuwse Occitaanse literatuur en verwees hij naar Plato’s Alcibiades I, Zoroastrische magie, en het dualisme van Ormoezd en Ahriman, thema’s die ook in Carringtons beeldtaal resoneren. Deze visuele en filosofische dialoog toont hoe Carringtons werk deel uitmaakt van een bredere esoterisch-filosofische traditie, die het magisch realisme verbindt met mystieke en occulte kennissystemen.
Een ander voorbeeld van de esotherische interesses van Carrington vinden we bij René Daumal. In Leonora and the international avant-garde (2019) schetst Jonathan P. Eburne een portret van de poëtische wijsheid van Carringtom aan de hand van de esotherische avant-garde. Tot deze substroming behoorden intellectuelen als René Daumal, die in De berg die tot de hemel reikt (1944) een onafgewerkt oorlogsverhaal aflevert waarin een bijzonder gezelschap op basis van niet-Euclidische berekeningen een magische berg beklimt.
Max Ernst: de schakel tussen theorie en praktijk
Een andere sleutelfiguur in dit netwerk was de surrealist Max Ernst. Zijn collages kregen een prominente plaats in Rohs Foto-Auge, en zijn werk werd vaak samen met dat van tijdgenoten als Amédée Ozenfant geëxposeerd. Ernst belichaamde de overgang van kunsthistorische reflectie naar artistieke verbeelding.
Via Ernst komt de lijn bij Leonora Carrington terecht. Zij ontmoette hem in Parijs, werd zijn partner en liet zich inspireren door zijn surrealistische beeldtaal. Zo ontstaat een keten van invloed: Roh → Ernst → Carrington. Waar Ernst droom en werkelijkheid in collages samenbracht, transformeerde Carrington dit principe tot een persoonlijke en uiteindelijk transnationale beeldwereld.
Deze rebelse jonge vrouw studeerde onder andere bij Amédée Ozenfant (1886-1966), een schilder wiens werk werd tentoongesteld in Franz Roh y la pintura europea 1917-1936[1].

Op deze figuur, overgenomen van Artist info[2] zien we dat het werk van Ozenfant 25 keer werd tentoongesteld samen met werken van Max Ernst.
In de roman Beneden zien we de psychologische neergang van Carrington wanneer Ernst gevangen wordt genomen door de Duitsers. Ze vlucht met vrienden naar Spanje en komt in een psychiatrisch ziekenhuis terecht in Santander. Daar weet ze te ontsnappen en reist ze samen met Renato Leduc naar Mexico.
Ramón Xirau en Leonora Carrington: magisch realisme in ballingschap
De Spaanse filosoof en dichter Ramón Xirau (1924–2017) was een kind van de Spaanse ballingschap: geboren in Barcelona, maar vanaf jonge leeftijd politiek en existentieel geworteld in Mexico. Daar groeide hij uit tot een brugfiguur tussen Europese filosofische tradities en Latijns-Amerikaanse intellectuele netwerken. In zijn werk, zoals Otras Españas. Antología sobre la literatura del exilio, reflecteert hij op het geestelijke erfgoed van de Spaanse republiek en de diepe breuken veroorzaakt door de Spaanse Burgeroorlog, de opkomst van het fascisme en het verlies van modernistische idealen.
In zijn essays over José Ortega y Gasset en Rosa Chacel keert telkens dezelfde spanning terug: die tussen het individu en de gemeenschap, tussen persoonlijke moraal en historische catastrofe, tussen rede en verwarring. Xirau plaatst deze thema’s niet in een abstract filosofisch systeem, maar juist in een cultuur van verwonding, en daarmee raakt zijn denken aan dezelfde magische gevoeligheid voor werkelijkheid die Franz Roh in de schilderkunst aanwees, en die Carrington verbeeldt in haar surrealistische werk.
Ballingschap als bestaansgrond
Leonora Carrington’s eigen ballingschap, uit Engeland, via Frankrijk, naar Mexico, weerspiegelt in persoonlijke vorm dezelfde ontheemding die Xirau filosofisch verwoordt. Waar Xirau zijn plaats zoekt in taal en filosofie, zoekt Carrington die in beelden, in een visuele mythologie waarin transformatie, vervreemding en bevrijding centraal staan. In een uitgave van Universidad de México wordt een krantenartikel van Xirau, getiteld De trovas y trovadores, visueel omlijst door Carringtons tekeningen. Opmerkelijk is de terugkerende figuur van de vogel – mogelijk een symbool voor Max Ernst, Carringtons voormalige geliefde. Maar evengoed roept de vogel thema’s op als geestelijke bevrijding, herinnering en het heroveren van agency binnen een verloren wereld.

Leonora Carrington in Revista de la Universidad de México, 1961
Het beeld van de vogel, mogelijk een verwijzing naar Max Ernst, maar ook een symbool voor bevrijding en transformatie, keert daarin terug als metafoor voor hun gedeelde thematiek.
Leonora Carrington, Remedios Varo en Octavio Paz
De Mexicaanse context waarin Leonora Carrington na 1942 belandde, bracht haar niet alleen in contact met kunstenaars als Remedios Varo en Rufino Tamayo, maar ook met de literaire en filosofische kringen rond Octavio Paz. Paz, dichter, essayist en later Nobelprijswinnaar, was een centrale figuur in het intellectuele leven van Mexico-Stad.
Hoewel Carrington en Paz in verschillende disciplines werkten, deelden zij eenzelfde kosmopolitische omgeving: een netwerk van Europese ballingen, Mexicaanse kunstenaars en Latijns-Amerikaanse schrijvers. Binnen die kring werd de basis gelegd voor de Latijns-Amerikaanse Boom, de literaire explosie van de jaren zestig waarin auteurs als Gabriel García Márquez, Julio Cortázar, Mario Vargas Llosa en Carlos Fuentes de internationale literaire canon hertekenden.
De verbinding tussen Carrington en de Boom loopt indirect, maar is daarom niet minder betekenisvol. Via Paz bestond er een brug tussen de beeldende kunst en de literatuur. Zijn belangstelling voor mythe, ritueel en poëzie als alternatieve vormen van kennis beïnvloedde niet alleen zijn eigen generatie, maar ook schrijvers als Carlos Fuentes, die in romans als Aura (1962) expliciet dialogeerde met visuele en esoterische tradities uit Mexico. Net zoals Carrington een hybride beeldtaal ontwikkelde waarin Europese avant-garde en Mexicaanse symboliek samenkomen, zo construeerden de Boom-auteurs een hybride literatuur die het lokale en het universele, het realistische en het wonderbaarlijke, met elkaar verweefde.
In dat licht kan Carringtons werk gelezen worden als een parallelle beeldende variant van wat García Márquez en Cortázar in proza tot stand brachten: een werkelijkheid die nooit uitsluitend rationeel of modern is, maar altijd openstaat voor metamorfose en mythe. Haar aanwezigheid in Mexico fungeerde als deel van hetzelfde culturele ecosysteem dat ook Paz en de Boom-schrijvers voedde.
[1] Franz Roh y la pintura europea 1917-1936: https://www.artist-info.com/exhibition/IVAM-Centre-Julio-Gonzalez-Id379594
[2] Amédée Ozenfant: https://www.artist-info.com/users/artsitpublicpagewithoutportfoilo/204328
Leave a comment