Duisternis

Ik wil schrijven zonder dat een bepaalde methodologie mijn licht opslorpt, schrijven waarin duisternis of xuanxue kan floreren. Schrijven waarin mijn vorm van weten legitiem wordt geacht ook als het niet past binnen huidige paradigma’s van weten. Ik wil weten vanuit een ander epistemologisch kader, dan de kaders die ik nu ken. Vanuit duisternis wil ik diepten verkennen zonder deze diepten te moeten verhelderen.

Ik wil schrijven op een manier die aanvoelt als spel.

Eṭēlû

Ul arādu ana šipru ša ṭuppi kīma nēmeqi ša eliš iṣṣabat nūrīya.
Arādu ana šipru ša eṭēlû u ša xuanxue lišakkanūma lišēṣi.

Arādu ana šipru ša mūdûtiya kīma kīnûtu liššakin,
ul ša ana ṣibtī ša mūdê ša dannūti ša ūmī annûti ittallak.

Arādu ana idû ana pān mūdê aḫrî,
lā kīma mūdê ša īde šūtiya.

Ina eṭēlî arādu ana tamšîlī rapšūti,
lā ana nūrišunu šuqallulu.

Arādu ana šipru kīma mêṣû,
kīma lā ibni, kīma ša ana šēpê īmur.

Eṭēlû betekent duisternis in het Akkadisch. Het betekent schaduw, ondoorzichtige ruimte. Het is een term die geen morele lading dekt, het betekent niet “slecht, of kwaad”, maar functioneert als een kosmologisch en epistemologisch concept. Als iets wat niet verplicht kan worden om werkelijkheid te zijn. In die zin sluit Eṭēlû aan bij fictie, het verkent werkelijkheden zonder dat ze hoeven te bestaan.   

Vragen aan het ondoorgrondelijke

Kan duisternis xuanxue of Eṭēlû energetische krachten aanboren, die verborgen worden onder wat in het westen licht wordt genoemd? Kun je die krachten voelen, wanneer duisternis wordt opgewekt in taal?

Kun je het Daoïstische concept xuanxue verder duiden en vergelijken met Eṭēlû?

玄學

Waar we xuanxue kunnen omschrijven als een bewuste houding tegenover het ondoorgrondelijke, is het Akkadische Eṭēlû de wereld waarin het ondoorgrondelijke al aanwezig is.  Binnen xuanxue, wat een Daoïstisch concept is, is duisternis reflexief. Ze ontstaat in de grenzen van taal, concept en verklaring. Het Daoïstische denken keert zich niet af van het ondoorgrondelijke, maar geeft het leven. Duisternis functioneert hier in de tekst als een epistemologisch begrip. Als een waakzaam gebod tegen het kenbare, het begrijpelijke en het heldere.

Eṭēlû daarentegen verwijst niet zozeer naar een levenshouding, als wel naar een toestand in de wereld. In het Mesopotamische denken is duisternis geen randverschijnsel maar een essentieel kenmerk van de kosmische orde. Eṭēlû duidt op schaduw, ondoorzichtige ruimte en tijd. Het is niet iets waartoe we ons kunnen verhouden, het is ook geen manier van zijn, maar is reeds aanwezig als deel van bestaan zelf.

Erebus

Als we nu terugdenken aan het Griekse concept Erebus. Waarbij het duister een element is van ons denken, waarbij duister een ontologische vorm is  van onze manier van zijn, dan herinnert Erebus niet aan alles wat is; aan kennis wat ontsluierd kan worden, als kennis of alētheia wat waargenomen kan worden in het licht.

Erebus is geen methode of wereldtoestand, maar een oergrond: een duisternis die voorafgaat aan zowel houding als wereld.

Kan Erebus oorsprong zijn in Heideggeriaanse bewoording?

Erebus kan oorsprong zijn wanneer we oorsprong niet zien als een causaal startpunt, of een historisch begin, maar als datgene waaruit iets steeds opnieuw ontspringt, wat tegelijkertijd verborgen blijft.

Erebus is das Unvordenkliche (het on-voor-denkbare)

Datgene wat zich aan de wereld onttrekt

Dat wat verborgen verschijning mogelijk maakt.

In die zin gaat Erebus vooraf aan zowel xuanxue, wat een bewuste houding van weten is, en Eṭēlû wat een wereldtoestand omvat. Xuanxue is laten zijn van het ondoorgrondelijke. Eṭēlû is de wereld die aan het zijnde onttrokken is. Erebus zouden we kunnen zien als een ontologische Abgrund waaruit zowel wereld als houding steeds opnieuw ontspringen.


Posted

in

by

Comments

Leave a comment