De kamer die sprak zonder lidwoorden

Een toneelstuk in vijf acts

Dramatis personae

  • DE SIBYLLE – spreekt alsof zij luistert
  • DE EENVOUD – spreekt kort, overtuigd
  • DE COMPLEXITEIT – spreekt lang, zonder einde
  • HET WIJ – verschijnt en verdwijnt
  • HET RISICO – wordt zwaarder wanneer benoemd
  • DE NOTULIST – schrijft wat niet gezegd wordt
  • DE KAMER – spreekt soms harder dan de anderen
  • MERLONI – draagt gedachten

(Personages kunnen door dezelfde acteurs gespeeld worden. Geslacht is instabiel en verandert op basis van de gedragen kledij van het personage. Het personage Merloni die opduikt in act 5 in de Tweede Kamer is puur fictief.)

Act 1

DEEL I – DE BINNENKOMST

(Een lege ruimte. Stoelen staan verkeerd om.
De KAMER ademt. DE SIBYLLE zit op de grond.)

DE SYBILLE

Aeneas?

Aeneas?

Ben je daar?

Ben je verrezen uit de afgrond die de Styx naast ons liet openen?

Ben je teruggekeerd uit het hiernamaals van de dood. Waaruit Eurydice je haar laatste adem toeblies, waarop je haar ternauwernood achter hebt moeten laten.

Aeneas?

Herinner je je vader?

Zal ik hem halen?

Of wil je verder reizen naar Rome?

Laat ik Dido achter, of restoreer ik haar. In de achterkamer van het hiernamaals. Waarin rendieren sluipen. Als op een verlaten Kerst.

DE KAMER
Er is besloten.

(Niemand is er.)

DE EENVOUD (komt op)
Ik ben duidelijk. Alles is immers al beslist. Het is beslecht. De Sybille is niet echt.

DE COMPLEXITEIT (komt op, struikelt over zijn eigen zin)
Ik ben noodzakelijk vanwege omstandigheden die voortkomen uit een zin, maar zonder lidwoorden. Waar zijn de lidwoorden gebleven?

(Hij blijft spreken. Niemand luistert.)

HET RISICO (rolt binnen, zwaar)
Ik word gedragen.

(Niemand pakt het op.)

HET WIJ (verschijnt half)
Wij…

(Verdwijnt.)

DE NOTULIST (schrijft)
[leegte]

DE SIBYLLE (zonder op te kijken)
Woorden zijn te laat. Eurydice heb ik in de afgond achtergelaten.

Aeneas, die half achterom keek, liegt.

Zijn woorden beloven een nieuw Rome, maar waaruit zal deze Latinitá, deze nationale eenheid worden gecreëerd?

Uit holle adjectieven, verdwenen lidwoorden, verlaten substantieven en een overbodig geworden ablatief.

DE EENVOUD
Onzin. Woorden zijn precies op tijd. De tijd nadert dat we haar ware oorsprong laten zien.

(Een lidwoord valt uit de lucht. Niemand raapt het op.)

DE COMPLEXITEIT
Als we alles uitleggen, valt er niet meer te zeggen.

DE EENVOUD
En hoeft niets meer worden uitgelegd.

(DE KAMER knarst.)

DE KAMER
Begin.

(Licht uit.)

Act 2

DEEL II – DE SPRAAK

(Licht aan. Iedereen praat tegelijk, maar slechts één woord per zin.)

DE COMPLEXITEIT
Structuur…

DE EENVOUD
Vanzelf…

HET RISICO
Zwaar…

HET WIJ (verschijnt)
Samen…

(HET WIJ breekt in twee.)

HET WIJ (1)
Ik…

HET WIJ (2)
Zij…

(Beiden verdwijnen.)

DE NOTULIST
Ik noteer verdwijnen.

(DE SIBYLLE staat op. Bij elk woord van haar verdwijnt iets.)

DE SIBYLLE
Waarheid is een doffe ellende die valt.

(Het woord “de” valt weg.)

(Het woord “valt” komt in de plaats.)

(De “de” die ooit was, maar nu vergeten is, verdoft van stem.”

(De Sybille verliest haar gelaat.)

DE SIBYLLE
Verantwoordelijkheid…

(Het woord “van” verdampt.)

DE SIBYLLE
ligt in de taal.

(Stilte. Alles bevriest.)

DE EENVOUD (fel)
Zeg wat moet.

DE SIBYLLE
Ik zeg wat verdwijnt. Voor het te laat is. Zeg wat moet, voor het te vroeg is. Zeg wat met complexiteit.

DE COMPLEXITEIT
Dit is inefficiënt.

DE SIBYLLE
Dat is macht.

(HET RISICO wordt groter.)

HET RISICO
Wie draagt? De macht en wie verwaarloost haar?

(Niemand antwoordt.)

DE KAMER (plots)
Herhaal.

(Iedereen herhaalt dezelfde zin, elk met een ander woord.)

ALLEN
Het is vanzelfsprekend.

(De zin verliest langzaam alle lidwoorden. Uiteindelijk blijft alleen “vanzelfsprekend”.)

(Over blijft het kil in de nacht.)

DE NOTULIST (panisch)
Ik kan dit niet vastleggen!

DE SIBYLLE
Goed.

(Licht flikkert.)

Act 3

DEEL III – HET ORAKEL

(De ruimte is bijna leeg. Woorden liggen op de grond als afgeworpen kleding. De Sybille draagt wat Bontempelli haar opdraagt. Een nachtjapon van wit en goud.)

DE EENVOUD (zachter)
Ik was vroeger groter.

DE COMPLEXITEIT (oprecht)
Ik wist ooit waarom.

HET RISICO
Ik lig hier.

(Niemand pakt het op.)

DE NOTULIST (leest uit zijn schrift)
“Waar lidwoorden verdwijnen, verschijnt…”

(Hij stopt. Schrikt. Begint dan te herordenen, en verwoordt)

“Het onaantastbare.”

DE SIBYLLE
Lees mijn bloed, dit is mijn lichaam. Kleed mij om.

DE NOTULIST
Ik weet niet wie dit schreef.

DE SIBYLLE
Dan is het waar.

(De KAMER begint te spreken, langzaam.)

DE KAMER
Taal zuivert zich
macht wordt licht
licht wordt onzichtbaar

(Stilte.)

DE EENVOUD
Is dit het einde?

DE SIBYLLE
Einde is ook woord.

(Ze loopt naar een deur die er eerst niet was.)

HET WIJ (verschijnt één laatste keer, klein maar intact)
Wij?

DE SIBYLLE (zonder om te kijken)
Zolang iemand vraagt.

(Zij verdwijnt. De deur verdwijnt.)

(Alleen DE NOTULIST blijft achter. Hij schrijft één zin op de muur.)

Als woorden eenvoudig worden
wordt waarheid moeilijk

(Het licht gaat uit.)

Act 4

DEEL IV – DE NASLEEP

(Het licht gaat niet onmiddellijk aan.
Men hoort de adem van DE KAMER, nu vermengd met het ademhalen van het publiek.
Langzaam komt een kil, gelijkmatig licht op: zaallicht, geen toneellicht.)

(DE NOTULIST staat alleen op scène.
Hij kijkt niet naar het publiek, maar door het publiek.)

DE NOTULIST

Er werd niets besloten.
Er werd gezegd dat het al beslist was.

(Hij bladert in zijn schrift. De bladzijden zijn leeg.)

Ik heb genoteerd wat verdween.
Ik heb vastgelegd wat zich onttrok.

Aan de verantwoordelijkheid van mijn register.
Ik heb geprobeerd woorden te redden
door ze te schrijven
voor ze vanzelfsprekend werden.

(Hij sluit het schrift.)

Dit is verslag.
Dit is nalatigheid.
Dit is archief zonder bewijs.

(Hij kijkt nu recht de zaal in.)

Jullie zijn te laat.
Of te vroeg.
Dat verschil is opgeheven.

(Een stoel kraakt.
DE EENVOUD zit plots tussen het publiek, ergens in de zaal.)

DE NOTULIST

En toch zal iemand zeggen

Dat dit verantwoord was.

DE EENVOUD

Het was duidelijk, toch?
Zo sprak men.
Zo spreekt men.

(Hij staat niet op.)

Wie duidelijkheid vraagt,
wil geen vragen meer.

(Aan de andere kant van de zaal staat DE COMPLEXITEIT op.
Hij spreekt terwijl hij zijn jas aantrekt, alsof hij vertrekt.)

DE COMPLEXITEIT

Ik had uitleg.
Ik had context.
Ik had voetnoten.

Maar ik werd te zwaar.
Men zei dat ik ophield te werken.

(Hij wijst naar het publiek.)

Jullie luisterden tot ik lastig werd.

(Een zwaar geluid.
HET RISICO ligt nu zichtbaar voor het podium, half in het gangpad.)

HET RISICO

Ik lig hier.

(Stilte.)

Ik werd benoemd.
Ik werd gewogen.
Ik werd doorgeschoven.

Nu lig ik hier
tussen jullie voeten.

(Niemand beweegt.)

Ik werd benoemd

Daarmee werd ik van niemand,

Behoorde ik niemand toe.

(HET WIJ verschijnt verspreid:
meerdere stemmen uit het publiek, zacht, niet synchroon.)

HET WIJ (meerstemmig)

Wij?
Wij waren er even.
Wij werden te veel.
Wij werden verdeeld.

Wij spreken, maar dragen geen verantwoordelijkheid.

(De stemmen verstommen.)

DE KAMER

Verantwoording berust in de kamer.

niet in het woord van het volk

die zich als Aeneas onttrekt aan zijn roeping

om Rome te stichten.  

(De lichten dimmen iets.
DE SIBYLLE verschijnt achter in de zaal.
Niet verheven. Niet mystiek.
Zij draagt geen goud meer.)

DE SIBYLLE

Jullie verwachtten orakel.
Voorspelling.
Einde.

(Zij loopt langzaam naar voren.)

Maar ik spreek niet wat komt.
Ik spreek wat verdwijnt
terwijl jullie knikken.

(Zij kijkt één toeschouwer aan, dan een ander.)

Wie woorden vereenvoudigt,
vraagt om stilte.

Wie stilte accepteert,
draagt macht
zonder haar naam te noemen.

(DE KAMER spreekt voor het eerst vanuit alle richtingen.
De stem is nu die van de zaal zelf.)

DE KAMER

Jullie zitten hier.
Dat is deelname.

Jullie luisteren.
Dat is instemming.

Jullie zwijgen.
Dat is overdracht.

(DE NOTULIST stapt naar de rand van het podium.)

DE NOTULIST

Dit is moment
waar verslag ophoudt
en herinnering begint.

Wat hier gezegd werd,
zal eenvoudiger klinken
wanneer jullie het navertellen.

(Hij scheurt een blad uit zijn schrift en laat het vallen.)

Pas dan
is het volledig verdwenen.

(DE SIBYLLE spreekt de laatste woorden, bijna terloops.)

DE SIBYLLE

Als jullie straks buiten staan
en iemand zegt
“het is vanzelfsprekend”—

(Zij pauzeert.)

vraag dan
voor wie.

Voor wie valt het doek eigenlijk

als mijn spreken stopt?

(Zwart.
Geen buiging.
Geen muziek.)

Act 5

DEEL IV – DE NASLEEP

SCÈNE II – DE TWEEDE KAMER

(Het licht gaat niet aan.
Maar ergens achter de zaal opent zich een tweede ruimte.
Geen decorwisseling: alleen een andere akoestiek.)

(Een stem. Helder. Overtuigd. Niet luid.)

STEM

Welkom.

(Licht verschuift.
We zien DE TWEEDE KAMER:
geen stoelen, geen tafel.
Alleen een spreekgestoelte dat eruitziet als een huisaltaar.)

(MERLONI stapt binnen.
Zij draagt eenvoudige kledij.
Haar taal is haar kostuum.)

MERLONI

Hier spreken we eenvoudig.
Hier spreken we helder.
Hier spreken we zoals mensen spreken
wanneer ze elkaar begrijpen
zonder uitleg.

(Zij kijkt het publiek aan alsof zij hen herkent.)

Ik zal jullie taal niet veranderen.
Ik zal haar herstellen.

(In DE EERSTE KAMER beweegt iets.
DE SIBYLLE kijkt niet op.)

MERLONI

Er is gezegd
dat taal vloeibaar is.
Dat woorden zich moeten aanpassen.
Dat grammatica pijn kan doen.

(Zij glimlacht mild.)

Maar taal is huis.
En huis heeft muren.

(Zij raakt het spreekgestoelte aan.
Een woord verschijnt boven haar hoofd: NORMAAL.)

MERLONI

Wij noemen dingen weer
bij hun naam.

Man is man.
Vrouw is vrouw.
Moeder is moeder.

(Zij pauzeert.)

En wie daar vragen bij stelt
heeft al te veel woorden gebruikt.

(HET WIJ verschijnt in DE TWEEDE KAMER.
Het is groter dan voorheen.)

HET WIJ

Wij begrijpen.

MERLONI

Jullie begrijpen
omdat jullie altijd zo gesproken hebben.

(Zij knikt.)

Ik luister naar jullie
zoals jullie altijd gesproken hebben.

(DE COMPLEXITEIT probeert iets te zeggen vanuit DE EERSTE KAMER.)

DE COMPLEXITEIT

Maar taal…

(MERLONI heft haar hand. Niet agressief.)

MERLONI

…maakt dingen moeilijk
die eenvoudig zijn.

(Het woord EENVOUDIG verschijnt.
Het verdringt andere woorden.)

(DE NOTULIST staat tussen beide kamers in.
Hij weet niet waar hij moet schrijven.)

DE NOTULIST

In welke kamer
hoort verslag?

Hoort het in de eerste of in de tweede kamer?

MERLONI (tot hem)

Schrijf zoals mensen spreken.
Niet zoals elites uitleggen.

(Zij draait zich weer naar het publiek.)

MERLONI

Er is ons verteld
dat inclusie begint met taal.

Maar ik zeg jullie:
gemeenschap begint met stilte.

(Zij laat een stilte vallen.
Het publiek vult haar.)

(DE SIBYLLE staat op.
Zij spreekt niet tegen MERLONI,
maar naast haar.)

DE SIBYLLE

Taal die wordt hersteld
vergeet
wie haar niet mocht spreken.

MERLONI (kalm)

Ik sluit niemand uit.
Ik nodig uit
tot wat altijd al was.

(Het woord TRADITIE daalt neer.)

(HET RISICO kruipt langzaam
van DE EERSTE naar DE TWEEDE KAMER.)

HET RISICO

Hier word ik lichter.

MERLONI

Omdat ik je benoem
zonder je uit te leggen.

(DE KAMER en DE TWEEDE KAMER spreken nu samen,
maar niet synchroon.)

DE KAMER

Wat vanzelf spreekt
vraagt geen verantwoording.

DE SIBYLLE

En juist daarom

draagt iemand anders alles.

De magistraat die het vonnis uitspreekt

draagt de verantwoordelijkheid van zijn ethiek

DE TWEEDE KAMER

Wat vanzelf spreekt
heeft gezag.

(MERLONI richt zich tot het publiek, bijna vertrouwelijk.)

MERLONI

Ik vraag geen gehoorzaamheid.
Ik vraag herkenning.

(Zij legt haar hand op haar borst.)

En jullie herkennen mij
omdat ik spreek
zoals jullie denken
dat jullie altijd gesproken hebben.

(DE NOTULIST laat zijn pen vallen.)

DE NOTULIST

Welke kamer
is waarheid?

(MERLONI en DE SIBYLLE antwoorden tegelijk, elk anders.)

MERLONI

Waar men zich thuis voelt.

DE SIBYLLE

Waar men nog kan vragen.

(Licht splitst.
Publiek zit nu letterlijk tussen twee kamers.)

(MERLONI verlaat DE TWEEDE KAMER.
Zonder buiging.)

DE SIBYLLE (laatste woorden, zacht)

Postfascisme
is geen gedachteloos geschreeuw.

Het is stem
die klinkt
alsof zij altijd zo geklonken heeft.

Alsof er tussen het ontstaan van Rome

en nu

niets verandert is.

(Zwart. Het doek valt)


Posted

in

by

Comments

Leave a comment