Bibliotheken en belonging: lessen uit het superdiverse Brussel

Deel 1. Samenvatting

In haar artikel Bibliotheken en belonging: lessen in het superdiverse Brussel onderzoekt Margot de Smaele hoe Nederlandstalige bibliotheken in Brussel functioneren als ‘derde plekken’. Ze heeft daarbij bijzondere aandacht voor theoretische begrippen zoals ‘superdiversiteit’, ‘belonging’ en ‘dekolonisatie’. De Smaele opent met een persoonlijke herinnering aan de bibliotheek als kind, waar ze enerzijds werd ondergedompeld in verhalen, maar anderzijds een gebrek aan representatie van diversiteit ervaarde. Aan de hand van literatuurtheorieën zoals Mirrors, Windows, and Sliding Glass Doors (Rudine Sims Bishop, 2009) en sociaalwetenschappelijke kaders zoals superdiversiteit (Steven Vertovec) en belonging (Rebecca Williamson), verkent de Smaele hoe bibliotheken ruimte kunnen maken voor inclusie en representatie van diversiteit. Ze bespreekt hoe bibliotheken deze idealen waar trachten te maken via programmatie, partnerschappen en collectiebeleid terwijl ze zich bewust is van beperkingen zoals een overwegend wit personeel. De Smaele positioneert de bibliotheek als een utopische ruimte voor verbinding, maar erkent ook dat dit ideaal spanning oproept met de structurele ongelijkheid en de maatschappelijke realiteit.

Inleiding

Het artikel opent met een verwijzing naar het boekje Waarom je kinderboeken moet lezen, zelfs al ben je oud en wijs van kinderboekenschrijfster en literatuurwetenschapper Katherine Rundell (2019). Vanuit een nostalgische ondertoon  schetst de Smaele hoe het was om als kind boeken te lezen in de bibliotheek. De bibliotheek wordt door Rundell gezien als een egalitaire ruimte waar jonge lezers vrij kunnen fantaseren. Hoewel de bibliotheek zich profileert als een utopische egalitaire ruimte, stelt de Smaele vast dat de personages uit de kinderboeken die ze las, altijd wit waren. De weinige personages met een migratieachtergrond werden eerder als hulpeloze slachtoffers of als onbeschaafde probleemgevallen voorgesteld. De Smaele vraagt zich af of we dan nog wel kunnen spreken van een egalitaire ruimte? Om dit te toetsen bevroeg ze negentien Nederlandstalige bibliotheken in het Brusselse Gewest en Muntpunt. Sinds 2016 vormen de twintig bibliotheken een netwerk met een gemeenschappelijke lidkaart en sinds 2023 geldt er een gemeenschappelijk reglement. De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) ondersteunt de bibliotheken en ziet ze als ‘derde plaats’ waar Brusselaars vrij toegang moeten hebben tot “verhalen, diverse perspectieven, levenslang leren en sociale interactie” (de Smaele 2025: 11).

Superdiversiteit

 In 2007 introduceerde Steven Vertovec het concept ‘superdiversiteit’ om aan te geven dat het niet voldoende is om etnische diversiteit te bestuderen om complexe migratiepatronen in de hedendaagse samenleving te begrijpen. Ook factoren zoals religie, taal, gender en klasse spelen een rol in de verhoudingen tussen mensen in een superdiverse samenleving. Brussel, dat sinds 2023 bijna 77% inwoners kende met een buitenlandse afkomst (waarvan 29,9% uit Europa en 46,8% van buiten Europa) wordt gezien als voorbeeld voor een superdiverse Europese stad.

Spiegels en ramen

In Mirrors, Windows, and Sliding Glass Doors (1990) legt Rudine Sims Bishop het belang uit voor kinderen om zichzelf te herkennen. Literatuur vormt een spiegel voor herkenning. In die zin bevorderen het empathie en een positief zelfbeeld. Maar dat is natuurlijk niet zo wanneer kinderboeken geen representatieve weergave bieden van mensen met een migratieachtergrond. Het gebrek aan representatieve literatuur betekent dat bibliotheken op zoek zijn naar manieren om wel volledig inclusief te zijn.

Dekolonisatie

De Smaele definieert dekolonisatie als “de veroordeling van kolonialisme als systeem van onderdrukking en de herverdeling van macht om te streven naar sociale rechtvaardigheid” (de Smaele 2025:12). Ze vindt het cruciaal om te onderzoeken hoe koloniale erfenissen nog steeds doorwerken in culturele instellingen en vraagt zich af hoe bibliotheken daarmee omgaan. Moeten boeken die raciale vooroordelen laten zien uit de collectie worden verwijderd, of moet de context waarin het boek verscheen worden geduid? Daarnaast bestaat het personeel in openbare bibliotheken in Brussel hoofdzakelijk uit witte mensen, wat kan leiden tot blinde vlekken in de perspectieven over collectievorming, beleidsvorming en interactie met bezoekers.

De bibliotheek als derde plek en belonging

Vervolgens beklemtoont de Smaele in haar artikel het belang van de fysieke ruimte van bibliotheken. Ze verwijst naar het concept van de bibliotheek als ‘derde plek’ geformuleerd door socioloog Ray Oldenburg, die stelde dat mensen naast een thuis (eerste plek) en een werk (tweede plek) ook nood hebben aan een ontmoetingsruimte (derde plek). Het realiseren van zo’n derde plek in een superdiverse stad als Brussel kent zijn uitdagingen. Onderzoeker Melike Peterson benadrukt dat elkaar ontmoeten zowel gevoelens van verbinding als van ongemak kunnen opwekken. Peterson beschrijft de bibliotheek als een ‘gevoelde ruimte’ – een plek waarin gevoelens van verbinding en inclusie, maar ook van uitsluiting en ongemak naast elkaar kunnen bestaan.

Rebecca Williamson geeft aan dat belonging niet louter een gevoel is, maar een vaardigheid die mensen kunnen ontwikkelen. Het gaat volgens haar niet om het deelmaken van een gemeenschap, maar om het vermogen om je in verschillende sociale contexten thuis te voelen. De bibliotheek kan dan gezien worden als een plaats van belonging. Een plaats waar mensen vanuit verschillende perspectieven worden uitgenodigd om zich thuis te leren voelen.

De rol van het personeel

Naast de fysieke locatie, waarbij ook architectuur een rol speelt, spelen ook de activiteiten die bibliotheken organiseren en het personeel een rol in het bevorderen van inclusie. Veel bibliotheken verrijken hun programma’s door samen te werken met lokale verenigingen en gemeenschapscentra, of ze nodigen auteurs uit om over hun werk te praten. Op die manier worden bibliotheken inclusieve plaatsen binnen de superdiverse stad.

Conclusie

Openbare bibliotheken zijn meer dan slechts een verzameling boeken, het zijn ontmoetingsplaatsen waar mensen met diverse achtergronden zich welkom en verbonden kunnen voelen. De Brusselse bibliotheken bieden de bezoekers inclusieve collecties, gastvrije ruimtes en verbindende activiteiten aan. Ze tonen eveneens aan dat culturele instellingen kunnen bijdragen aan een meer inclusieve en rechtvaardige samenleving, ook al is dit proces nog niet voltooid.

Deel 2. Kritische reflectie

Waarom koos ik dit artikel?

Ik koos dit artikel vanwege mijn interesse in theoretische concepten zoals belonging, superdiversiteit en dekolonisatie. Specifiek het concept belonging ben ik al eerder tegengekomen in een Zuid-Afrikaanse academische context[1]. Hoewel ik dit toen een complex begrip vond, werd het begrijpelijk uitgelegd door Margot de Smaele en kreeg het een reële invulling, in de context van de openbare bibliotheek. Ik vind het fijn als ik theoretische concepten toegepast zie in de praktijk, omdat ik hier veel uit leer. Daarnaast nodigde het artikel me uit om na te denken over de invloed die de bibliotheek op mij had als kind.

Persoonlijke appreciatie: verschillen in hoe we lezen

Het eerste wat mij opviel aan het artikel was het verschil in context tussen de auteur en mezelf. Hoewel we allebei een achtergrond hebben in literatuurwetenschappen en daarna te maken hebben met bibliotheekstudies, is de ervaring van de rol van bibliotheken in de jeugd verschillend, alsook de rol van literatuur.

Ik las literatuur vooral als een manier om indirect iets over de politieke realiteit te leren. Margot de Smaele gaf in haar thesis (2024) aan dat ze zich door haar literatuuropleiding net van de echte wereld afgesloten voelde door een doorgedreven nadruk op esthetiek.  Deze tegenstelling maakt me bewust van de manier waarop literatuur tegelijk emanciperend als vervreemdend kan zijn, afhankelijk van de context en de lezer.

Om even op het verschil in te gaan: In mijn kindertijd las ik vooral griezelverhalen. Het begon met de Boeboeks van Marc De Bel, en evolueerde naar verhalen over vampieren, heksen, weerwolven (wezens die sowieso geen thuis vinden in de gewone wereld) van auteurs als Paul Van Loon en Eddy C. Bertin. Tegelijkertijd kwam ik in contact met auteurs zoals Dirk Bracke, wiens Een vlieg op de muur ook andere culturen representeert. Ook tekenfilms als Alfred Jodokus Kwak en zijn Zuid-Afrikaanse vriendinnetje Winnie, droegen bij aan mijn kennismaking met kleur en diversiteit. Van deze serie bestonden ook boekjes van, Herman van Veen, die ik ontleende in de bibliotheek.

Hoewel ik dus, net als De Smaele, het geluk had als kind veel in bibliotheken te vertoeven, heb ik nooit expliciet die schok ervaren dat bepaalde bevolkinsggroepen volledig afwezig waren in literatuur. Misschien omdat mijn literaire voorkeur al vroeg uitging naar verhalen over ‘buitenstaanders’, waarin anders-zijn of vervreemding net centraal stond.

De bibliotheek als utopische en heterotopische plaats

De analyse van de bibliotheek als ‘derde plek’ – een ontmoetingsruimte naast thuis en werk – vond ik één van de sterkste elementen in het artikel. Vanuit de spatial turn denk ik graag na over hoe ruimte sociale relaties vormt. De theoretische concepten afkomstig uit de literatuurtheorie zorgden ervoor dat ik ook een beter beeld kreeg van de manier waarop ‘derde plek’ in bibliotheekstudies functioneert. Daarnaast sprak het artikel mij ook persoonlijk aan. Het stelde me in staat om te reflecteren op de rol die bibliotheken hebben gespeeld in mijn jeugd.

Verankering tussen theorie en praktijk

Tijdens mijn stage bij Archiefpunt dit jaar kwam ik verschillende keren in Brussel, en ik ervaarde een bepaalde chaos en spanning wanneer ik rondliep door de straten van Brussel. Superdiversiteit lijkt mij een nuttige term, al zie ik niet meteen in waarom het per se multiculturaliteit zou moeten vervangen? Desalniettemin maakte de superdiversiteit van Brussel indruk. Ik ervaarde bepaalde gevoelens van desoriëntatie: angst om te verdwalen en een onwennig gevoel van niet thuis te zijn. Dat maakt het concept belonging ook voor mij persoonlijk relevant. Wat nieuw was voor mij was de manier waarop de Smaele belonging voorstelt als iets wat men kan leren. Je kunt je léren thuis voelen in Brussel. De sterkte in het artikel van de Smaele is voor mij de manier waarop ze theoretische concepten met praktische ervaringen verbindt.

Kritiekpunten

Hoewel het artikel een onderwerp belicht dat mij enorm aanspreekt, had ik graag een diepgaandere bespreking gezien van de spanningsvelden binnen het streven naar inclusie. De Smaelde verwijst kort naar het werk van Melike Peterson over de bibliotheek als een ‘gevoelde ruimte’ waarin naast inclusie en verbinding, ook uitsluiting en ongemak plaats hebben. Hoe dit zich uit in een bibliotheek, bijvoorbeeld in de ervaring van het personeel had nog verder uitgewerkt mogen worden voor mij. Ik ben nieuwsgierig naar de manier waarop bibliotheken met deze gevoelens omgaan. De vraag hoe de gevoelde ruimte zich vertaalt naar collectievorming is een boeiende vraag, maar wordt nog te weinig uitgewerkt.

Wat ik eveneens miste in het artikel, is de leeservaring van de ‘superdiverse’ doelgroep. Er wordt ons in studies zoals literatuurwetenschap aangeleerd om onze witte privileges in vraag te stellen, maar hoe ervaren mensen van kleur de manier waarop ze worden weergegeven in literatuur en in kinderboeken in het bijzonder? Hoe ziet hun ideale collectie er uit? En hoe geven we ruimte aan die andere stemmen? Hoe gaan we om met ongemakkelijke emoties zoals woede?

In Open de archieven[2], een congres dat doorging in het Zuid-Afrikahuis ging het over dekolonisatie. Er werd gesproken over de verschrikkelijke woede en het onrecht waar mensen van kleur mee te kampen hebben gehad tijdens de koloniale periode. In dit congres werd aangegeven dat het moeilijk is om ‘rationeel’ mee te praten en plots inspraak te krijgen over collecties en beleid. Er werd een pleidooi gevoerd om eerst ruimte te maken voor het verwerken van gevoelens. De vraag is natuurlijk hoe we zoiets ethisch goed aanpakken?

Conclusie

Ik vond het artikel vernieuwend en inspirerend. Het bouwt verder op theoretische kaders die ik ken. Door de praktische invulling en toepassing op Brusselse bibliotheken heb ik het gevoel dat ik het concept belonging op een nieuwe manier heb leren kennen. Daarnaast spoort het artikel me aan om verder na te denken over mijn eigen rol binnen de bibliotheekwetenschap. 

Het artikel laat zien dat bibliotheken meer zijn dan boekenbewaarplaatsen. Door de sterke theoretische uitwerking snap ik het nut van de praktijk van een bibliotheek als derde plek een stuk beter dan voorheen. Hoewel het niet heel uitvoerig wordt benoemd, maakt het artikel ruimte voor gevoelens van ongemak. Ik vind dit belangrijk, om niet alleen het rooskleurige ideaal van een inclusieve multiculturele samenleving te, maar ook de soms ongemakkelijke realiteit te erkennen en daar ook mee leren om te gaan.

Tot slot vraag ik mij af of het artikel de werkelijkheid niet te rooskleurig voorstelt. In hoeverre is het haalbaar dat bibliotheken een bastion vormen voor inclusie en democratie, wanneer de overheid (zowel in België als wereldwijd) dergelijke projecten financieel afstraft. Kan de openbare bibliotheek al die mooie en noodzakelijke sociale rollen wel vervullen? Zonder de geoormerkte budgetten voor bibliotheekwerking, en zonder wetgevend kader of mandaat, lijkt dit mij enorm moeilijk.

Bronnen

De Smaele, Margot. 2024. On books and belonging. Insights from Dutch-language public libraries in superdiverse Brussels. MA thesis: Universiteit Gent.

De Smaele, Margot. 2025. Bibliotheken en belonging: lessen in het superdiverse Brussel. META, 1, 10-14.


[1] Het online/offline colloquium ‘Om te behoort/To belong. Translingualism, belonging and the creation of South African social collectivities/Transtaligheid, samehorigheid, en die konstruksie van Suid-Afrikaanse gemeenskappe’ (https://sites.google.com/rug.nl/symposium-om-te-behoort/programschedule) vond plaats in 2020 aan de Universiteit van Amsterdam en in het Zuid-Afrikahuis, in een organisatie van Prof Margriet van der Waal (Leerstoel Zuid-Afrika, Amsterdam) i.s.m. het GAZ (11-12 november). Leden van het GAZ modereerden de sessies en ik bracht verslag uit voor Spectrum, het tijdschrift van het Zuid-Afrikahuis.

[2] Open de archieven: https://www.zuidafrikahuis.nl/product/open-de-archieven/


Posted

in

by

Comments

Leave a comment