Serhi Zjadan, een dichter die dient aan het front

Op 12 februari 2026 sprak Serhiy Zhadan (Serhi Zjadan) op de Munich Security Conference. Daar had hij het over de toekomst van Oekraïne. Zijn speech begon als volgt:

Let’s start with this. There are ten apartments in my building in Kharkiv. There used to be a music school on the first floor, but it closed at the beginning of the full-scale Russian invasion. No one lives on the second floor—the elderly lady from one apartment died before the war began, and the family from the other left immediately after it started.

Diezelfde aandacht voor het kleine, het concrete en het menselijke vormt de kern van ‘Niemand zal ergens om vragen’. Aan de hand van korte, krachtige persoonsschetsen krijgen de frontverhalen vorm. Serhi Zjadan beschrijft in een taal ontdaan van enige emotie het dagelijkse leven aan het front, in een Oekraïne dat standhoudt.

Communicatie bij de 13de Brigade van de Nationale Garde

Deze dichter en muzikant die zijn carrière begon met een studie naar het Oekraïnse futurisme van Mykhail Semenko, schrijft sinds de inval van Rusland in Oekraïne gedichten en verhalen aan het front. In het voorjaar van 2024 sloot Zhadan zich aan bij de 13de Brigade van de Nationale Garde. Daar staat hij in voor de communicatie van de brigade. Via radio, muziek, poëzie en literatuur houdt hij de moreel hoog en informeert hij zijn volk.

Een ruwe taal van volharding

Of het nu gaat om dieren of mensen, de nabijheid die de personages zoeken, stuiten op een vermoeidheid, op eenzaamheid en op volharding.

Doorzetten vraagt iets weerbarstigs aan het front. Het op zichzelf aangewezen zijn, het vanzelfsprekend doorgaan, eist zijn tol. Toch blijft mens en dier volhouden. Zonder heroïek.

De hemel is bol en helder, als een oog. Zo’n hemel nodigt uit tot heldendaden. Alleen is er niemand om zich aan heldendaden te wagen: de sportvelden zijn leeg, het is stil, zelfs de supermarkt aan de overkant staat er verweesd en verloederd bij. Twee vrouwen zijn met hun honden aan het wandelen, maar niet voor hun plezier, zo te zien, dus zwijgen ze en praten ze niet met elkaar.

Intimiteit van gedeelde ruimte

De intimiteit die tussen de personages ontstaat, bestaat uit het delen van slaap. Het delen van een kind na een scheiding. Het brengen van voedsel naar een man die een piano bewaakt op een verlaten school.

Prenten laten ruïnes zien en tonen strategische plaatsen die kapotgeschoten zijn: kerncentrales, warmtekrachtcentrales, een treinstation. Kapotgeschoten appartementsgebouwen. En daartussen een spel voetbal dat niet gespeeld kan worden, omdat de jongeren de stad hebben verlaten om te vechten aan het front.

Microhistories

Zhadan kiest de strategie van de microverhalen. Korte, krachtige beelden die de werkelijkheid laten zien. Een blinde hond die zijn even blinde baasje aanstaart op straat. De focus ligt op het staren in de richting van elkaar. Zonder elkaar te zien. Een van alles ontdane rauwe aanwezigheid. Die verdraagt en verbindt.

Diezelfde aanwezigheid is een verplichting aan de lezer. Om erkenning te geven aan de verhalen die Zhadan communiceert. Over een vrouw die is overleden in haar huis, die opgehaald wordt om te worden begraven. Over een vrouw en een man die vijf jaar na een vechtscheiding samen waken over hun slapende zoon, die de dag nadien opnieuw op post moet staan.

Een krachtige vertaling

De vertaling van ‘Niemand zal ergens om vragen’ is van de hand van Roman Nesterenco en Tobias Wals en een informatief voorwoord is voorzien door Michel Krielaars. Het is een verhalenbundel die de lezer naar de keel grijpt, die aanzet tot volhardend verdragen van leed, solidariteit in moeilijke tijden, en ondanks alles, het zoeken naar elkaar en het creëren van betekenis via verhalen, in een ruwe, weerbarstige vorm.  

Op 26 maart treedt de vertaler Roman Nesterenco in gesprek met Peter Vermeersch (KU Leuven) voor Het Forum voor Centraal- en Oost‑Europa.


Posted

in

by

Comments

Leave a comment