In De vrouw die niet bestond (2022) schetst Marc Reugebrink het turbulente leven van Elias Kroon, een professor aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte ten tijde van de Val van de Berlijnse Muur.
Elias Kroon beweerde altijd dat de onvrijheid van mensen in landen achter het IJzeren Gordijn, in sommige Zuid-Amerikaanse staten en in Zuid-Afrika de voorwaarde was voor ons gevoel van vrijheid. Hij keek dan vorsend de collegezaal in, een halfrond, een amfitheater met oplopende banken. (Reugebrink, 2022)
Deze charismatische en beruchte professor verlaat zijn gezin en zijn post aan de universiteit wanneer hij wind krijgt van de Val van de Muur. Hij zwerft zonder bagage rond door Berlijn en proeft de turbulentie van zijn tijd.
Hem interesseerde niet wat zelfs achteraf nog steeds de grootste symboolwaarde heeft als het gaat over die roemruchte nacht in november ’89: de mensen die, niet zonder risico, hier en daar op de Muur klommen en de nog steeds aanwezige grenswachten aan Oost-Duitse kant provoceerden, of misschien zelfs in verwarring brachten, wat erger was, en gevaarlijker; de rij Trabantjes en andere in het Oostblok vervaardigde pruttelende voertuigen, volgepropt met in trainingspakken gehulde mannen en vrouwen; de juichende jongens en meisjes met hun getoupeerde haar en hun matjes; of de glunderende politici in Bonn en elders in de wereld, de al onmiddellijk die dag in kranten en journaals verkondigde overwinning die er behaald zou zijn op een land, een systeem, een wereldbeeld, een bar en boze droom. (Reugebrink, 2022)
Kroon suggereert dat wat als vrijheid wordt ervaren in West-Europa, mede mogelijk wordt gemaakt door de onvrijheid elders. Hij benoemt de onvrijheid achter het IJzeren Gordijn, maar ook in Zuid-Amerika of Zuid-Afrika.
Vandaag de dag staat vrijheid binnen West-Europa onder druk. In deze context volstaat het volgens mij niet om binnen onze vertrouwde ideologische kaders te blijven denken. Dit artikel betoogt daarom dat het noodzakelijk is om voorbij de West-Europese blik te kijken en de structuren van macht en controle kritisch te bevragen.
Daarbij spelen niet alleen onderzoekers uit Latijns-Amerika en Zuid-Afrika een rol, ook Oost-Europese archieven zijn een kritische bron. Zij bieden namelijk inzicht in de manier waarop staatsmacht en surveillance hand in hand gingen tijdens het Sovjetregime. Ik pleit daarom voor een nauwere samenwerking tussen archivalische instellingen binnen Europa om de strategieën en tactieken van surveillance binnen het Sovjetrijk te doorzien en Europa weerbaar te maken.
Het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van de Georgische SSR vormt hiervan een belangrijk voorbeeld. Grote delen van dit archief gingen verloren tijdens de Tbilisi-oorlog van 1991-1992, toen zowel MIA- als KGB-gebouwen werden verwoest. Wat resteert zijn fragmenten: lijsten van gedeporteerden, dossiers van speciale gevallen, en administratieve documenten die zelf deel uitmaakten van een systeem van surveillance en controle. Hoewel deze informatie fragmentarisch is, is het belangrijk voor onze wereldbeeldvorming om ook die historische bronnen op te nemen in ons historisch (literatuur)onderzoek.
Giorgi Kldiashvili maakte een overzicht van beschikbare bronnen.
Ook het communistische partijarchief van Georgië is een belangrijke bron. Vanaf de jaren 1920 werden documenten systematisch verzameld en geïnterpreteerd binnen Marxistische kaders, onder meer via instellingen zoals het Istpart-archief en het Marx-Engels-Lenin Instituut. Wat vandaag als historische bron beschikbaar is, is steeds gevormd door eerdere selectie en curatorschap.
Dit heeft gevolgen voor de manier waarop Europa wordt verbeeld. Het archief dat bestaat, is een archief met leemtes. De lacunes, vernietigingen en ideologische filters maken zichtbaar dat Europa geen utopische staat van vrijheid is, en dat misschien ook nooit is geweest.
In Security Empire. The Secret Police in Communist Eastern Europe (2022) beschrijft Molly Pucci de situatie in Oost-Europa na de Tweede Wereldoorlog. Ze legt belangrijke bronnen van de geheime politie in Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije bloot en kent een groot belang toe aan de Stasi-archieven van Oost-Duitsland.
Wanneer de bevolking na de Val van de Berlijnse Muur weet krijgt van de miljoenen dossiers die de Stasi, dit is de geheime politie van Oost-Duitsland, bijhield, besluiten ze het Stasi-hoofdkwartier te bestormen. Vele documenten werden op dit moment door de papierversnipperaar gehaald, maar een deel van het archief overleefde het ook.
Door deze archieven kritisch te lezen, wordt zichtbaar hoe Europa historisch is gevormd. In die zin is het archief niet alleen een historische bron, maar ook een instrument om Europa opnieuw te verbeelden.

Leave a comment