Tussen logica en verbeelding: het magisch realisme van Franz Roh als reactie op het logisch-positivisme van Rudolf Carnap

Dit artikel onderzoekt hoe het magisch realisme van Franz Roh kan worden geïnterpreteerd als een esthetische tegenbeweging binnen het intellectuele klimaat van het interbellum, in het bijzonder als reactie op het logisch-positivisme van Rudolf Carnap. Beide denkers, gevormd binnen dezelfde filosofische netwerken, boden elk een radicaal ander antwoord op de crisis van betekenis na de Eerste Wereldoorlog. Waar Carnap pleitte voor een wetenschappelijke wereldbeschouwing gebaseerd op logisch-empirische verificatie, stelde Roh een vorm van werkelijkheidservaring centraal waarin zintuiglijke intensiteit, verwondering en fenomenologische diepte de hoofdrol spelen. Door deze confrontatie te analyseren wordt zichtbaar hoe het magisch realisme niet slechts een kunsthistorische stijl is, maar ook een alternatief epistemologisch model: een pleidooi voor kennis via beeld, gevoel en ervaring, als tegenwicht voor de zuivere logica van de Wiener Kreis.

Inleiding

In 1925 introduceerde de Duitse kunsthistoricus en criticus Franz Roh de term magisch realisme in zijn boek Nach-Expressionismus, Magischer Realismus: Probleme der neuesten europäischen Malerei. Met dit ogenschijnlijk paradoxale concept doelde hij op een nieuwe schilderkunstige benadering die ontstond na het expressionisme: een stijl waarin de zichtbare werkelijkheid met uiterste precisie werd weergegeven, maar waarin zich tegelijk een gevoel van mysterie, vervreemding en verwondering nestelde. Deze “post-expressionistische” kunst, gekenmerkt door kunstenaars als Otto Dix en George Grosz, verenigde de nuchtere waarneming van het object met een subtiele suggestie van het wonderlijke.

Wat op het eerste gezicht een puur kunsthistorische verschuiving lijkt, kan bij nadere beschouwing gelezen worden als een esthetische reactie op bredere filosofische tendensen in Duitsland in het interbellum, met name op het opkomende logisch-positivisme van Rudolf Carnap en de Wiener Kreis. Roh was namelijk niet alleen kunstcriticus, maar ook filosofisch gevormd en goed vertrouwd met het denken van zijn tijd, als jeugdvriend van Carnap, als student van Heinrich Wölfflin, en als deelnemer aan intellectuele netwerken waarin kunst, wetenschap en filosofie intensief met elkaar in dialoog stonden, kunnen we de kunsthistorische context van het magisch realisme verder duiden.

Dit essay onderzoekt in welke mate Roh’s magisch realisme kan worden geïnterpreteerd als een antwoord op het logisch-empirisme van zijn tijd.

Wat is magisch realisme?

De term magisch realisme werd in 1925 voor het eerst geïntroduceerd door de Duitse kunstcriticus Franz Roh om een nieuwe richting in de schilderkunst te beschrijven die ontstond na het expressionisme. In zijn boek Nach-Expressionismus. Magischer Realismus benoemde Roh een stijl die gekenmerkt werd door een opvallend realistische weergave van de zichtbare wereld, maar die tegelijkertijd een gevoel van verwondering en vervreemding opriep. Hij zag dit als een verzoening van de uiterlijke observatie van het impressionisme en de innerlijke expressie van het expressionisme (Camayd-Freixas, 3)

Hoewel Roh de term later zelf liet vallen en soms verving door “ideaal realisme” of zich aansloot bij de stroming Neue Sachlichkeit (Nieuwe Zakelijkheid), kreeg magisch realisme een tweede leven in de literatuur. De Italiaanse schrijver Massimo Bontempelli gebruikte het in 1927 voor moderne fictie. In 1927 werd Roh’s werk over magisch realisme vertaald naar het Spaans en gepubliceerd in Revista de Occidente waar de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset directeur van was. Op die manier kwam het concept terecht in Latijns-Amerika waar het vanaf de jaren 1940 herontdekt en opnieuw gedefinieerd werd, met een hoogtepunt tijdens de “Boom” van de Latijns-Amerikaanse roman. Daar werd het concept gehanteerd op een compleet verschillende manier.

In El arte de la distorsión (2009) schrijft Vásquez:

Lo primero que debiá hacer era desprenderme de las ideas recibidas, y, entre ellas, de la etiqueta más nociva de la novela: la del realism mágico. Pero no lo hice recordando, como se hace con tanta frecuencia, que el relismo mágico ni siguiera es un concepto latinoamericano, sino alemán; no lo hice recordando que uno de los primeros manipuladores es el crético de arte Franz Roh, que no lo usó para hablar de la literature, sino de la nueva escuela de pintura que estaba surgiendo por oposición al expresionismo. (Vásquez, 2009: 2/11)

Het eerste wat ik moest doen, was me ontdoen van de overgeleverde ideeën, en onder die ideeën bevond zich het meest schadelijke label voor de roman: dat van het magisch realisme. Maar ik deed dat niet door, zoals zo vaak gebeurt, te herinneren dat magisch realisme niet eens een Latijns-Amerikaans concept is, maar een Duits; ik deed het niet door te herinneren dat een van de eerste gebruikers de kunstcriticus Franz Roh was, die de term niet gebruikte om over literatuur te spreken, maar over een nieuwe schilderkunstige stroming die ontstond als reactie op het expressionisme. (Vásquez, 2009: 2/11, eigen vertaling)

Wat als we inderdaad terugkeren naar de historische context waarin Franz Roh zijn Nach-Expressionismus, Magischer Realismus: Probleme der neuesten europäischen Malerei schreef?

Kunsthistorische context: van impressionisme naar post-expressionisme

De artistieke context waarin Roh schreef, werd voorafgegaan door het impressionisme, waarin het effect van licht en kleur op de zintuigen centraal stond, en het expressionisme, waarin het innerlijke leven van de kunstenaar tot uitdrukking kwam in sterk vervormde vormen. Kunstenaars als Emil Nolde en Ernst Kirchner belichaamden deze subjectieve benadering. Roh’s “post-expressionisme” wilde daarentegen terug naar het object, zonder de gevoeligheid voor innerlijke resonantie te verliezen.

In The Routledge Companion to Expressionism in a Transnational Context benadrukt Isabel Wünsche de rol van netwerken tussen kunstenaars en denkers, waarbij Duitsland fungeerde als een cruciaal centrum voor experiment en uitwisseling. In dit werk staan de transnationale netwerken tussen kunstenaars centraal. De kunstenaars worden gegroepeerd en besproken per land, maar door het vergelijkend perspectief worden ook de globale transnationale relaties zichtbaarder. Het is in dezelfde lijn van denken dat we terugkeren naar het Duitsland van Roh en de ideeën die er toen leefden.

Filosofisch-historische context: Duitsland in het interbellum

De jaren 1920 en 1930 waren een periode van heroriëntatie in de Europese filosofie en wetenschap. Tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog en de opkomst van nieuwe wetenschappelijke paradigma’s ontwikkelden zich twee schijnbaar tegengestelde stromingen: het logisch-empirisme van Rudolf Carnap en Otto Neurath, en het fenomenologisch getinte magisch realisme van Franz Roh.

Hoewel deze stromingen inhoudelijk verschillen, delen ze een context van intellectuele vernieuwing en een gedeeld streven naar betekenisgeving in een snel veranderende wereld. Roh en Carnap waren jeugdvrienden en namen beiden deel aan discussies over kennis, ervaring en representatie, zij het met verschillende middelen en doelen.

Logisch empirisme: tussen wetenschap en wereldbeschouwing

De brieven tussen Carnap en Neurath tonen aan dat het logisch empirisme niet enkel een koel analytisch project was, maar ook sociaal en politiek gemotiveerd. Het richtte zich op empirische toetsbaarheid en fallibele observaties (Protokollsätze),het optimaliseren van taalgebruik, en het loslaten van metafysische dogma’s ten gunste van een verifieerbare werkelijkheid.

De beweging bouwde voort op invloeden als de empiriokritiek (Mach, Avenarius), het neokantianisme (Cassirer, Cohen), en logici als Frege, Russell en Wittgenstein.

Om toegang te krijgen tot deze wereld doen we een beroep op de correspondentie tussen Rudolf Carnap (1891–1970) en Otto Neurath (1882–1945). Deze brieven, samengesteld door Christian Damböck, Johannes Friedl en Ulf Höfer (2024)  vormt een sleutelbron voor de geschiedenis van het logisch empirisme. Deze filosofische stroming, sterk beïnvloed door Carnap en Neurath, blijkt uit hun brieven niet slechts een “wandeling op de ijzige toppen van de logica”, maar juist gericht op een wereldgerichte, levenshervormende en politieke invulling van een “wetenschappelijke wereldbeschouwing”. Het logisch empirisme zocht een nieuwe, niet-dogmatische vorm van empirisme, gebaseerd op fallibele observaties en waarneembare gegevens, vastgelegd in zogenaamde Protokollsätze.

De beweging werd gevoed door uiteenlopende filosofische en wetenschappelijke stromingen van rond 1900, waaronder het empiriokriticisme (Ernst Mach, Richard Avenarius), het konventionalisme (Pierre Duhem, Henri Poincaré), het neokantianisme (Hermann Cohen, Ernst Cassirer) en de mathematische logica van Frege, Russell en Wittgenstein, evenals de fysica van Einstein.

Het logisch empirisme speelde een centrale rol in de zogenaamde “linguistic turn” in de filosofie, waarbij taal niet werd gezien als een natuurlijk gegeven, maar als een optimaliseerbaar middel. In hun brieven laten Carnap en Neurath zien hoe hun wereldbeeld zich ontwikkelde ten opzichte van eerdere stromingen, en hoe zij zich onderscheidden van denkers als Wittgenstein, Popper, Tarski en Russell.

Carnap an Neurath Buchenbach/Baden, 25. August 1929
Lieber Neurath!
[…]
Habe sehr freundlichen Brief von Hannes Meyer bekommen, soll für eine Woche zu Vorträgen über wissenschaftliche
Weltauassung ans Bauhaus kommen. Feigls Tätigkeit scheint
sie noch nicht gesättigt, sondern gerade ihren Appetit erfreulich
angeregt zu haben. Habe grundsätzlich zugesagt, aber Zeit und
18 Themen noch oen gelassen (vielleicht Okt.). Soll ichs machen?
Mir ist klar, daß ich mich zum Popularisieren vor Nichtwissenschaftlern nicht so eigne wie Feigl. Fraglich ist mir, ob ich
von meinen Gesichtspunkten aus den Bauhäuslern überhaupt
etwas bringen kann. Andrerseits täte es mir leid, die schöne
Auorderung abzulehnen. Was meinst Du?
Ich hörte aus München, daß Tschichold von Wien enttäuscht
ist; warum? Franz soll wirklich ein Auto haben, schreibt Maue;
Viersitzer! Hoentlich diesmal ein reales; in einem legendären
fährt sichs nicht so gut.
Mit herzlichem Gruß
Dein
Carnap

Hoewel het logisch empirisme later vaak werd bekritiseerd voor vermeend ahistorisme, reductionisme en een scherpe scheiding tussen ontdekking en rechtvaardiging, blijkt uit deze correspondentie dat de grondleggers zelf juist pleitten voor een combinatie van empirisch en rationeel denken met een sociaal-democratisch engagement.

Niet alleen biedt deze briefwisseling een inkijk in de ontwikkeling van het logisch empirisme, ze vormt ook een manifest van radicale antimetafysica. In de hoogtijdagen van deze stroming werd de term “filosofie” zelfs als verdacht of ongewenst beschouwd. Het logisch empirisme wilde korte metten maken met de erfenis van eeuwen metafysisch en theologisch denken, en stelde daar de wetenschap tegenover als enige bindende autoriteit. In een tijd van irrationaliteit en totalitarisme presenteerden Carnap en Neurath zich als pioniers van een op wetenschap gebaseerde levenshouding.

Roh’s positie: verwondering en verzet tegen zuivere logica

Franz Roh was filosofisch onderlegd, maar koos als kunsthistoricus een andere weg dan Carnap. Zijn begrip van realiteit was fenomenologisch: het ging hem niet om logische structuur, maar om de ervaring zélf. Roh’s “magie” verwijst naar de intensiteit waarmee de werkelijkheid zich toont, en niet naar bovennatuurlijke krachten.

Waar logisch empirisme de werkelijkheid trachtte te objectiveren, wilde Roh haar juist opnieuw ervaren. Zijn esthetische benadering is dus een vorm van kennis, zij het via het beeld, de waarneming en de gevoelsmatige resonantie. De invloed van Edmund Husserl is hier duidelijk aanwezig.

Roh’s latere filosofische teksten, zoals Diskussionsscheu (1927) en Relativismus als Stärke (1945), tonen zijn intellectuele affiniteit met logisch empirisme, maar ook zijn kritische distantie. Hij was wars van metafysica, maar benadrukte het belang van discussie, relativiteit en zintuiglijke ervaring als tegengewicht voor dogmatische logica. Daarmee bood hij een esthetisch alternatief binnen dezelfde intellectuele horizon.

Slotbeschouwing

De confrontatie tussen het logisch-positivisme van Rudolf Carnap en het magisch realisme van Franz Roh is geen botsing tussen wetenschap en kunst, maar een dialoog tussen twee manieren om de werkelijkheid te benaderen. In het interbellum, een periode waarin oude zekerheden afbrokkelden en nieuwe wereldbeelden ontstonden, fungeerde Roh’s magisch realisme als een esthetisch en fenomenologisch tegenwicht voor de strakke logica van het logisch empirisme. Door te kiezen voor verwondering, zintuiglijke intensiteit en de poëtiek van het alledaagse, stelde Roh niet zozeer het rationele ter discussie, maar verruimde hij het begrip van wat als werkelijk en kenbaar kan gelden.


Posted

in

by

Comments

Leave a comment