‘We waren als vissen in een emmer.’ – A.E. Westerling
Het zat niet in mijn recensie, maar ik ben al enkele dagen geïntrigeerd door de relatie tussen visser, Forrest Bess en Spinoza.

Als we lezen vanuit knooppunten van betekenis, dan keert de visser terug als een soort archetype. (Zie de rode figuur in mijn tekening).
‘We waren als vissen in een emmer.’ schrijft A.E. Westerling in een gedicht dat begint met ‘Ik zoek altijd de stilste weg’.
De Amerikaanse schilder Forrest Bess was mij compleet onbekend toen ik de bundel las. Na wat research kwam ik er achter dat hij jarenlang aan de Texaanse Golfkust leefde waar hij een karig inkomen verdiende met het vangen en verkopen van aasvis. Hij ving kleine vissen waarmee anderen grotere vissen konden vangen.
Bess schilderde ondertussen beelden die hij als visioenen ervoer. De vormen dienden zich aan voordat hij hun betekenis begreep. Hij legde ze vast en probeerde ze te ontcijferen.
Bij het ontcijferen kunnen we Spinoza’s filosofie misschien toepassen.
In Spinoza and the Politics of Freedom (2021) begint Dan Taylor met een merkwaardig beeld uit de overlevering rond de filosoof. Volgens de vroege biograaf Johannes Colerus bevatte Spinoza’s schetsboek een figuur in de kleding van Masaniello, de leider van de Napolitaanse volksopstand van 1647. Het gezicht leek op dat van Spinoza zelf.
De opstand van juli 1647 ontbrandde rond een belasting op fruit. Onder het Spaanse onderkoninklijke bestuur was fiscale druk een dagelijkse werkelijkheid. Ons niet moeilijk voor te stellen, dezer dagen.
Politiek zat in de prijs van voedsel, in wat een gezin kon kopen en wat na betaling overbleef. Er was schaarste en het volk kwam in opstand.
De opstandelingen vielen belastingkantoren aan en openden gevangenissen. Masaniello (een visser) werd hun gezicht. Negen dagen na het uitbreken van de opstand werd hij vermoord.
Taylor gebruikt deze microgeschiedenis om een spanning binnen Spinoza’s vrijheidsdenken te onderzoeken. Die gedachte keert terug in ‘We moeten het over literatuur hebben’. Daarin vertelt Westerling over de vrijheid die we allen ervaren bij een gerichte beperking op onze vrijheid, de kaders van het maatschappelijk aanvaardbare.
Die spanning is interessant en een reeks tegenstrijdigheden lijken zich te centreren rond de figuur van de visser.
De visser wordt gelijkgesteld met de dichter. ‘Misschien zijn vissers (en dan bedoel ik dichters) zij die in de voetsporen treden van iedereen die zich vragen stelt’, maar tegelijkertijd worden ‘we’ vergeleken met vissen in een emmer. De metafoor van de emmer is tekenend voor de beperkte vrijheidsruimte. Wie plaatste de vissen in de emmer? Dienen de vissen als aas om grotere vissen te vangen? Wat gebeurt er als de vissen in opstand komen en de emmer omverwerpen?
Komt de visser (dichter) dan om van de honger? Kun je teren op betekenis alleen?
Misschien blijft de metafoor van de visser mij intrigeren omdat hij nooit helemaal buiten zijn vangst staat: ‘We waren als vissen in een emmer’
(maar de wind kwam van ver op zee)
Bronnen:
A.E. Westerling. (2026). De mogelijkheden van vluchtwegen. Archipel.
Dan Taylor. (2021). Spinoza and the Politics of Freedom. Edinburgh University Press.
Leave a Reply